Test
Download document

WIGMAN, Menno


Levensloop

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,

het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.

Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had

onder de wielen van de tijd wegstoof.


Jeunesse dorée

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie

bloeden voor een opstand die niet kwam.

Ik zag ze dromen tussen boekomslagen en ontwaken

in de hel van tweeëntwintig steden,

heilloos als het uitgehakte hart van Rotterdam.

Ik zag ze zweren bij een nieuwe dronkenschap

en dansen op de bodem van de nacht.

Ik zag ze huilen om de ossen in de trams

en bidden tussen tweemaal honderd watt.

Ik zag ze lijden aan een ongevraagd talent

en spreken met gejaagde stem: -

was alles al gezegd, nog niet door hen.

Ze waren laat. Aan geen belofte werd voldaan.

De steden blonken zwart als kaviaar.


Bijna Dertig

Nee, die juli bracht bepaald geen

revolutie in mijn bed. Hoe de zomer

zich ook gaf, het leek te laat om nog

een nieuwe hartstocht op te lopen.

Dus dook ik onder voor het zwermen

van de lust en heulde vrolijk

met de slaap. Bijna dertig dacht ik,

wordt mij toch iets te helder. En ik zag

hoe alle parken overbloeiden,

hoe de hitte uit de hemel sloeg,

hoe de horde zon op ander bloed

en zich vergrijpen wilde aan

een nieuwe levensgloed. En ik zag af.

Versliep de revolutie in mijn bed.

Vergat alvast te leven.



Oneindig wakker

Mooie dingen, allemaal mooie dingen:
je hand die voor het eerst een kattenvacht streelt,
je moeder die bezorgd je knie verbindt,
zes moegedraafde paarden in de zon,
het onweer waar augustus mee begon,
Diana’s hand die naar je broek afgleed,
haar lichaam waar je blind de weg in vond,
de kleur van een kwatrijn van J.C. Bloem,
Nick Cave die dwars door Paradiso zong,
een woord als moerbei, huisraad, ravelijn,
de vondst van een nog net niet schurftig rijm:—
mooie dingen, allemaal mooie dingen
zoals de treinen waarop ik gezoend heb,
het zachte golven van een dranklokaal,
een meisjeskamer die naar adel geurt,
het wonder dat geen dag zich ooit herhaalt,
o mooie dingen en mijn mond benoemt het
voor ik me met het domme zwart verzoend heb.


Promesse de bonheur

Ik in haar bed en zij die net de douche uit stapt.

Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,

zo zullen vanaf nu de dagen lopen.

Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.

Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht

en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.

Het is een liefde die. Het is een wonder dat.

En alles wat ik van een lichaam heb verlangd

staat voor mijn ogen naakt te zijn,

naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.

Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,

haar stoere, hoogverheven mond staat goed.


Herostratos *

Er tikken pissebedden in mijn hoofd.

Ze naaien mijn gedachten op.

Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,

zo hevig en dramatisch dat mijn naam

in alle kranten komt te staan.

Napoleon, las ik, was kleurenblind

en bloed was voor hem groen als gras.

En Nero, die bijziend was, hield het spel

in zijn arena bij door een smaragd.

Nu even stilstaan. Moet je horen: ik

ga straks de straat op, ik besta het, schiet

me leeg en verf de feeststad groen.

En nog voor het eind van het festijn

zal ik de grootste zoekterm zijn.


* Herostratos: Oud-Griekse brandstichter die bekendheid zocht door de verwoesting van de tempel van Artemis. Herostratos-syndroom: terrorisme omwille van zelfverheerlijking.