Test
Download document

D’HAEN, Christine


Daimoon megas

Mijn daimoon bedroefde bij nacht mijn bloed:

het hoofd in uw armen, het hoofd van een man,

het is niets. En uw dagen en nachten zijn niets

dan een schaduw van schaduwen; al wat gij doet,

het is niets: en het vlees dat gij eet, en het bloed

dat gij drinkt, het is niets. Verfoei ook de geest!

Want de ziel die gij eet, het visioen dat gij drinkt,

het is niets. En zo al wat gij zoekt, wat gij doet,

het is niets. Het is minder dan de as en het schuim.

En de mond op uw hart, het is niets. Als het zand

aan de zee is u alles, en minder dan as

van het vuur, en uw dromen zijn minder dan puin.

Want al wat gij drinkt en verteert, alles voedt

slechts mij, en de macht is aan mij, echter gij,

gij zijt niets dan een schaduw, en ik ben die leven

in doodsstrijd en sterven al levende doet.

Ik slechts verzwijg u. - Mijn daimoon bij nacht

bedroefde mij bitter. - En 't hoofd in mijn arm,

het hoofd van een man, het is niets. Het is niets

dan een aangezicht, sluimrend, vol koelte en zacht.