Test
Download document

CAMI, Ben



Er was geen mens


Er was geen mens, geen levend wezen,

Geen beweging dan van water

In eindeloze poelen en hete, natte wind.

Er was geen tijd, er was alleen 't bestaan,

Diep, zwart, onwetend van wat bestond.

Ergens aan een strand in de schroeiende zon,

Door niets verwacht, door niets gemerkt,

Begon het eenzaam en hoe lang nog vruchteloos

Bewegen in zichzelf en van 't eerste leven,

dat werd tot plant en dier en mens.


En niemand zal ooit herbeleven

het donker voor het eerste licht,

De stilte voor het eerst geluid,

De eenzaamheid van 't eerste sterven;


En langs dit duin, onder de hoge nacht

Bergt zich in haar stenen kleinheid deze stad

De val der nachtelijke ster vergetend

En 't onverschillig wassende getij.



*
Een boom schouwt altijd om zich heen,

Nooit keert hij in zichzelf,

Statig brengt hij de omgeving

Levenslang in kaart.


Een bloem is een wezen

Dat altijd half glimlacht,

Amper de wind gewaar wordt

En leeft van het licht.


Een bloem is de verbazing zelve.