Test
Download document

VAN DEN BROECK, Walter



Brief aan Boudewijn

…..
Waarom ik dit alles opschrijf?

Omdat ik een geldig antwoord wil formuleren op mijn gevoel van ontvreemd zijn,

Omdat ik ook gegrepen word door het fin-de-siècle-klimaat van deze tijd,

Omdat ik weldra vijfendertig jaar oud zal worden,

Omdat ik bang ben voor hetgeen nog uit de broeierige schoot van deze wereldcrisis kan komen.

…..

Menig Kempens kunstschilder plant hier zijn ezel. Strohoed, neusknijper op de hal dichtgeknepen ogen, sigaartje in de mondhoek, opgesloofde hemdsmouwen. Kijken mag, als je maar geen domme vragen stelt. Kijken naar het doek, naar het palet, maar vooral naar het in stilte, uitgevoerde ritueel. Stukje bij beetje verschijnt het hoevetje op het doek. Glimlachen, goedkeurend knikken en toch voelen dat hier gelogen wordt.

…..


Groenten uit Balen

…..
JAN
Niet verantwoordelijk? Wij zijn allemaal verantwoordelijk. Allemaal, verstaat ge. Als ZIJ Velpon pikt dan is dat zowel mijn schuld, als uw schuld, als de hare. Wij hebben het mogelijk gemaakt, Clara, wij hebben het mogelijk gemaakt zoals we mogelijk gemaakt hebben dat die geldzakken van de Vieille Montagne van iedereen schapen hebben gemaakt, die ze met een hongerloontje in het vergif konden stoppen. Wij, en onze ouders, en die hun ouders. Omdat zij ons niks anders hebben laten zien dan die stinkfabriek, omdat ze trekpaarden met oogkleppen van ons hebben gemaakt, omdat ze ‘brave Kempenaars’ van ons hebben gemaakt. Van die idiote, knikkebollende snullen, met een Paternoster om hun kneukels, die meenden dat ze met een Weesgegroetje het hart van de Société Générale konden versuikeren.

CLARA

Nu nog schoner ...

JAN

En ’t begon al op school. Ge moet uw klakske afnemen als de meester voorbij fietst, en ge moet met twee woorden spreken. Ja, meneer de rotzak, neen meneer de rotzak (woedend) En in de kerk was ’t van ’t zelfde. Ja, meneer de zwartrok, neen meneer de zwartrok. (Tot Germaine) Kind, doe me een plezier, ga van onder mijn ogen uit, ik wil niet dat ge me zo ziet. Ik wil niet dat ge denkt dat ik alle schuld op u steek maar ik ben in staat u de schedel in te slagen, omdat alles, alles, alles verkeerd loopt. Ge moet dat verstaan. Hoeveel jaar heb ik nog te leven? Hoeveel jaar zal ’t nog duren voor ik zoals (kin richting stal) hij daar creveer van ’t lood? En wat heb ik al gehad? Werken, werken en nog eens werken. En drie weken per jaar proberen het werk te vergeten, en dan opnieuw, werken, werken, werken, godverdomme.

…..

CLARA

Tergend voor hem, als is hij medeschuldig aan hetgeen ze gaat zeggen.

UW DOCHTER ZIT VOL.

JAN

Wablieft?

OPA

Jawatte.

CLARA

UW DOCHTER… ZEG GE HEBT ME TOCH WEL VERSTAAN ZEKER?

Blik naar opa, als vindt ze hem nog te jong om haar obsceniteiten te aanhoren.

JAN

Tracht zijn woede in te tomen.

Godverdomme.

Gaat naar zijn dochter, trekt haar langzaam overeind.

CLARA

(wat onzeker, bang) Allee toe, Jan…

JAN

Geeft haar een klap in het gezicht. Ze valt weer neer op haar stoel en begint luidkeels te huilen.

Gij godverdomme, vuil, smerige… HOER, nondedju.

CLARA

Merkend dat haar dochter niet langer gebrutaliseerd zal worden.

Jaja, en de doktoor moest eens lachen, toen ik zei dat het niet waar kon zijn. ‘Dat zeggen ze allemaal, madammeke, ’ zegt hij, ‘dat zeggen ze allemaal. Uw dochter is in verwachting, dat is zo zeker als twee en twee vier is, ’ ‘Maar dat kan niet, ’zeg ik, ‘zij heeft nooit…’ ‘Slaapt ze met haar venster open,?’ vraagt hij. En ik zeg: ‘Ja, soms, gelijk dat al gaat hé, in de zomer als ’t warm is.’ ‘Dan is uw dochter het slachtoffer geworden van een Vliegende Sigaar, madammeke,’ zegt hij, ‘’t Is 150 frank.’

OPA

Vliegende Sigaar, Vliegende Sigaar.

JAN

En van wie…? ( terug naar Germaine) Van wie? Wie is die schone meneer die u dat gelapt heeft?

GERMAINE

We waren met z’n tweeën, ik zowel als hij…

JAN

Hoe heet hij? Hoe heet hij, vraag ik u?

CLARA

Ge gaat lachen. Ge gaat u niet kunnen inhouden van ’t lachen. ’t Is die schone bietel die met u die papierkens heeft rondgehangen, ge weet wel.

JAN

Wablieft?

CLARA

Die Luc, die gij hier op een avond een binnengesleurd hebt, ge weet wel. Ge zijt ’s nachts nog gaan bellen bij Josfien voor de doktoor, voor hem daar.

JAN

’t Is niet waar. ’t Is niet waar.

Gooit plots zijn kopje tegen de vloer.

Hoe is ’t mogelijk! Hoe is ’t mogelijk!

OPA

‘k Heb het altijd gezegd, zijt maar zeker.

JAN

Zeven weken zit ge hier u kas op te vreten. In ’t begin laat ge u opstoken en denkt ge: ik moet naar de fabriek, ik moet hier mijn tijd niet zitten verbeuzelen, maar nadien leert ge dat ge groot gelijk hebt dat ge staakt. Voor zeven, achtduizend frank staat ge in die stinkfabriek te rotten en ge kunt uw gezin maar de helft geven van wat ge het zoudt willen geven. En ge begint er in te geloven. Ge zijt blij dat ge hulp krijgt van alle kanten. Schoolmeesters, ingenieurs, studenten: ze helpen u allemaal. Maar ’t is hard. ’n Mens die gewoon is zijn handen uit de mouwen te steken, die voelt zich niet op zijn gemak als hij zeven weken aan een stuk thuis zit. ’t Is precies of ge ziek zijt, ja, zo voelt ge u. En dan, nondedju, dan komen ze u vertellen dat u dochter vol zit. Voor haar zijt ge al zeven weken aan ’t staken, en zij… En van wie dan nog? Van die vuile, kruiperige bietel uit Mol. De advocaat. Nu begrijp ik het, nu wordt het me duidelijk. Van in het begin had ik al gedacht: waarom doet die dat? Hij verdient er toch niets mee? Maar toen dacht ik: hij wil misschien alleen maar goed doen, hij wil ons helpen omdat we voor een rechtvaardige zaak strijden. En dan komt de aap uit de mouw. Meneer wil gewoon uw dochter vogelen, haha. Meneer smeert wat stroop aan uw baard, zegt dat ge ’t heel goed doet, en maakt zonder dat ge ’t weet een grootvader van u. ( tot de huilende Germaine) En gij, gij moest een besmettelijke ziekte krijgen, gij.

OPA

(loos) In onze tijd smeten ze u daarvoor buiten.

CLARA

Ochgod. Hij wordt wakker. En uw schoonmoeder, Virginie dan?

JAN

Clara, houd uw bakkes!

(nog steeds CLARA tot opa) Ewel, en tante Virginie dan? Die hebt ge toch niet buiten gesmeten, hé?

OPA

Die was niet zo…

CLARA

Wablieft?

JAN

Clara, houd uw bakkes!

CLARA

Niet zo? Ach, die was niet zo. En hoe komt het dan dat ze vijf maanden na haar trouw een tweeling kreeg?

OPA

Dat waren geen vijf maanden, dat waren er acht. Die waren te vroeg geboren.

CLARA

Te vroeg geboren? Te vroeg geboren? Ze was te laat getrouwd, zeker!

…..