Test
Download document

VAN VEEN, Herman

Opzij, opzij, opzij

Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
Ik heb ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
want ik ben haast te laat,
Ik heb maar een paar minuten tijd.

Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.

Een andere keer misschien
dan blijf ik wel staan
en kan dan misschien als het echt moet,
wat over koetjes, kindren en de mannen praten,
nou dag tot ziens, adieu het gaat je goed.

Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.

Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
Ik heb ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
want ik ben haast te laat,
Ik heb maar een paar minuten tijd.

Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.

Een andere keer misschien
dan blijf ik wel staan
en kunnen dan misschien als het echt moet,
wat over koetjes, kindren en de mannen praten,
nou dag tot ziens, adieu het gaat je goed.

Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.



Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
Ik heb ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
want ik ben haast te laat,
Ik heb maar een paar minuten tijd.

Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.

Een andere keer misschien
dan blijf ik wel even staan
en kunnen dan misschien als het echt moet,
wat over koetjes, kindren en de mannen praten,
nou dag tot ziens, adieu het gaat je goed.