Test
Download document

VAN DE VELDE, Anton



Tijl
…..
Tijl, Brabo! 'k Heb ons galjoen gedoopt! Voor aan de boeg sloeg ik, dik-doorspijkerd, stevig 'n plank met de naam Lioen. Klieven zal hij, Lioen! De zee door, en scheren als meeuwen het water over, sterk als 't geloof van m'n enige liefde, taai als de pezen van een Lioen ... Hard zal hij varen en reuzig breken stremmende baren! In wilde ren, driftig en fel moet z'n kiel zich snijden schichtend 'n voor door de oceaan! Vrij zijn, Lioen! En uw vrije vane wapperen laten in zotte wind. En uw roer zal u leiden naar eigen strand waar geen klippen zijn voor uw rilde romp. Hoog hef ik 't zeil! Het bolt als een kaak vol geneugte, en vlamt in de laaiende zon! Brabo! Eén dag nog! De tocht begint! 't Is in m'n hart als een boerenkermis; 't jeukt in m’n vuisten, een wondre kracht... Horens van overvloed worden m'n ogen, dwaas en verdronken in visioenen... Roeland rammeit in m'n oren, Brabo. Brabo, dees uren zijn wispelturig, prikken en priemen m'n huivrende vreugd, jagen m'n bloed als gistende wijn gutsend het vat van m'n hersens in! Morgen, Lioen, zal de zee u kussen, wiegen met u in zonnige roes, en kampen met u in minnenijd, Lioen, die ons voert naar de verte! God, het land van begeerte heeft me gewenkt... Mij barst het verlangen de ziel nu uit en dreunt als 'n Paasklok! Hoor, Lamme, hoor! Sla uw fornuis de muren door! Steek de brand in het molm van dat ouwe dak, hits 'n vreugdevuur tot gekke gloed dat de gensters verzengen, Sint Pieters baard! Hemel en leven en eeuwigheid, alles lokt ons, en zingt als 'n melkwit koor van duzend Sinte Cecilia’s in het land waar de liefde, de liefde, Brabo! de liefde, Lamme! ons laaft met de dauw van blije wondere meisjesogen. Slaat vonk uit uw saamgeperst gehunker-naar-vrijheid! We steken een vuurwerk af: kartetsen die heel het firmament doorschichten als gloeiende schietgebeden voor eindloos goê weer naar de nobele zon! Zon en zee en Lioen en wij en 't geluk in ons weergevonden Vlaanderen!
…..

De zonderlinge gast


…..
Arjaan
Verdomd ! Wat wil die vent ?

Selm
Wie is dat ?

Arjaan
‘n Rabauw met saterstreken ?

Die nachtelijke herrie neemt geen eind,

Een dode, buiten  hier een onbekende

Die pinkoogt in het lamplicht… Zeg eens heerschap,

Wat gaf dit needrig huis de hoge eer

Van uw bezoek?... Was uw koetsier bedronken

Of dacht ge, bij afwezigheid der kat,

Het beste brokje der schapraai te stelen?

…..