Test
Download document

SCHMIDT, Annie M.G.


Op een mooie Pinksterdag

Op een mooie Pinksterdag,
Als het even kon
Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie
te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken
Eendjes voeren
Eindeloos
Kijk nou toch, je jurk wordt nat
Je handjes vuil
En papa boos

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling
van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor 't hondje
Hondje bijt niet
Papa zegt dat ie niet bijt
Op een mooie Pinksterdag
Met de kleine meid

Als het kindje groter wordt
Roossie in de knop
Zou je tegen alle jongens willen zeggen:
handen thuis en lazer op
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als iedereen
Op een mooie Pinksterdag
Laat ze je alleen

Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken
En gaan preken
Tot hij purper ziet
Vader zegt: pas op, m'n kind
Dat hondje bijt
Ze luistert niet

Vader is een hypocriet
Vader is een nul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
en de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn dochter
Aan het handje lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon


Ik ben lekker stout

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!

Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
Ik wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!


Sebastiaan

Dit is de spin Sebastiaan
Het is niet goed met hem gegaan

Luister!

Hij zei tot alle and're spinnen:
Vreemd ik weet niet wat ik heb,
maar ik krijg zo'n drang van binnen
tot het weven van een web.

Zeiden alle and're spinnen:
O, Sebastiaan, nee Sebastiaan
kom, Sebastiaan, laat dat nou,
wou je aan een web beginnen
in die vreselijke kou??

Zei Sebastiaan tot de spinnen:
't web hoeft niet zo groot te zijn,
't hoeft niet buiten, 't kan ook binnen
ergens achter een gordijn

Zeiden alle and're spinnen:
O, Sebastiaan, nee Sebastiaan,
toe, Sebastiaan, toom je in!
Het is zó gevaarlijk binnen,
zó gevaarlijk voor een spin.

Zei Sebastiaan eigenzinnig:
Nee, de drang is mij te groot.
Zeiden alle and'ren innig:
Sebastiaan, dit wordt je dood!

O, o, o, Sebastiaan...
Het is niet goed met hem gegaan...

Door het raam klom hij naar binnen.
Eigenzinnig! En niet bang!
Zeiden alle and're spinnen:
Kijk, daar gaat hij met zijn drang!

...

Na een poosje werd toen even
dit berichtje doorgegeven:
Binnen werd een moord gepleegd.
Sebastiaan is opgeveegd.


Vluchten kan niet meer

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten hoe.
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar naartoe.
Hoever moet je gaan?
De verre landen zijn oorlogslanden.
Veiligheidsraad, vergaderingslanden,
ontbladeringslanden, toeristenstranden.
Hoe ver moet je gaan?
Vluchten kan niet meer.

Zelfs de maan staat vol met kruiwagentjes en op Venus zijn instrumenten,
en op aarde zingt de laatste vogel in de laatste lente.

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar,
schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar.
Vluchten kan niet meer.
Vluchten kan niet meer.

Vluchten kan niet meer, 't heeft geen enkele zin.
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waarin.
Hoe ver moet je gaan?
In zaken of werk of in discipline,
in Ying of in Yang of in heroïne,
in status en auto en geld verdienen?
Hoe ver moet je gaan?
Vluchten kan niet meer.

Hier in Holland sterft de laatste vlinder op de allerlaatste bloem,
en alle muziek die overblijft is de supersonische boem.

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar.
Schuilen kan nog wel, heel dicht bij elkaar.
We maken ons eigen alternatiefje
met of zonder boterbriefje.
Mijn liefje, mijn liefje wat wil je nog meer.
Vluchten kan niet meer.
Vluchten kan niet meer.


Aan een klein meisje

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het lang waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.


De kat van ome Willem

De kat van ome Willem is op reis geweest

Op reis geweest, op reis geweest

De kat van ome Willem is op reis geweest

Waar ging die dan naar toe? Hoi!

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest

Parijs geweest, Parijs geweest

Zodat 'ie nou alleen maar Franse kranten leest,

Bonjour en voulez-vous
Hij heeft zoiets elegants

Hij geeft kopjes op z'n Frans

Hij gaat met een Franse rozenkrans

al naar de katte-draal.

Allemaal:

ja, de kat van ome Willem is brutaal!

O la la!

Die kat is op een echte Franse school geweest

Op school geweest, op school geweest

Die kat is op een echte Franse school geweest

En zegt nou "O, pardon!"

Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest

De Gaulle geweest, de Gaulle geweest

Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest

En zegt voortdurend "non",

zingt een liedje op z'n Frans

Over de maagd van Orleans

Hij lust enkel nog maar sjuderans

en af en toe cognac

op het dak

En hij wil alleen maar op een

Franse bak. Ja!

De kat van ome Willem is op reis geweest

…..

Rijtuigie

In een rijtuigie,

in een rijtuigie rejen we naar Vinkeveen

Op een dag in maart, zo kallem en bedaard

En maar schommele en maar kijke naar de

kont van het paard

in een rijtuigie

in een rijtuigie

helemaal naar Vinkeveen

En geen wolkie in de lucht

en een bootje in het riet

en geen auto op de weg,

want die had je toen nog niet

Je ging scheef bij ieder bochie.

O, wat een lekker tochie!

In een rijtuigie,
…..
Wat een tijd, o wat een tijd!

Iedereen die was een heer.

Iedereen was beschaafd,

Want d'r was nog geen verkeer,

en je was niet bang voor je hachie.

O, wat een lekker daggie!

Van je plok tsj-ke, plok tsj-ke,

plok tsj-ke, plok tsj-ke plok, en een leeuwerik

in de blauwe luch

en van Vinkeveen weer naar huis terug,

in een rijtuigie,

lief klein rijtuigie

helemaal naar Vinkeveen.