Test
Download document

DOOLAEGHE, Maria


‘k Zie in de bloei
…..
‘k Zie in de bloei der jeugd mij lust en hoop ontvluchten,

En angstig worstel ik met kommer en verdriet

Is ’t mijn bestemming, God, altoos altoos te zuchten.

Hoort gij mijn weeklacht niet?
…..


Laura aan Amijntas

Hoe langzaam kruipen de avonduren!

Weleer te spoedig heengesneld;

Wat kwelling moet mijn ziel verduren,

Nu mij geen trouwe vriend verzelt!

Waar toeft ge, o vreugd van vroeger dagen?

Amijntas! Hoor mij; ‘k Durf ze u vragen,

Waarom mijn wens nog uitgesteld?
…..
En nu – die nuttige oefeningen? –

Nu strekken zij mijn geest tot last.

Mijn hart verliest de lust tot zingen

Sinds weemoed mijn gemoed heeft aangetast.

O vriend! Doe ras die smart verdwijnen!

Mocht Laura aan uw oog verschijnen,

Of wierd zij op uw komst vergast!
…..
Droogt bittre tranen! Staakt uw vloeien;

Verdreven is de nare nacht.

‘k Gevoel mij weer aan ’t leven boeien,

Nu hem mijn hart verzoening bracht.

Weer in der vriendschaps schoot gelegen

Zal mij geen smart meer overwegen,

Mijn rust blijft ongestoord en zacht.