Test
Download document

KOOL, Halbo


Longa vita

Ik zou wel graag zo'n nijvre burger wezen

die elke morgen tijdig op moet staan

om gladgeschoren naar kantoor te gaan

en 's avonds naarstiglijk de krant te lezen.

Ik zou dan vast en zeker ook genezen

van mijn maar al te dichterlijke waan

dat ik beminnen moet: een vrouw, de maan,

dat ik moet schrijven en gedichten lezen.

Wat zou het leven zo verleid'lijk zijn

bij een sigaar, een vrouw, in schemerschijn:

zo zou ik zestig jaar wel willen worden.

Maar op mijn tafel staat een glas met wijn,

die onder 't schrijven wel verschraald kan zijn,

- een vers duurt lang! - en bloemen, die verdorden.


De verloren zoon spreekt tot zijn vader

Ik ben een rotte plek in uw geslacht

een nutteloze, schadelijke stee,

het koude vuur van uw late vree:

het is mijn schuld niet als uw mond nog lacht;

Ik heb die rimpels in uw front gebracht,

ik was de lanterfanter die u waken dee,

de dagdief, zwervend met de nachtwind mee,

door iedereen, behalve u, veracht.

Ik heb het zondengamma gans doorlopen.

omdat ik niet in zonden kon geloven,

sinds ik gelovigen zich zag verkopen,

anderen en elkaar het brood ontroven.

Sindsdien brand ik om dit bestaan te slopen,

en keur dit goed, en ben niet meer te doven.