Test
Download document

BRUNCLAIR, Victor J.



De knecht


Het voorhoofd wit de rug recht

de handen loom zo staat de knecht

Hij streelt de rijzweep van meneer

gepoetste laarzen zijn hem spiegel

van freules hoed kamt hij de veer

en geeft de schoothond stiekum priegel

Loodlijn plomp omhangen met livrei

op overspel hij luikt de blinden

Als de infante danst op de schalmei

snuift hij verrukt haar lieve geur van hinde

Uit het prentenkabinet

kent hij ‘murw geslacht der vadren

Aan de overtrek van ’t bed

woelt een bloedstorm door zijn adren

Als heengaan al de hoge gasten

dooft hij ’t allerlaatste licht

en raapt het drinkgeld waar zij brasten

met een verveeld en honds gezicht



De man met hersens in het kamp

…..
Ja hersens had hij en veel geest

Hij is niet lang bij ons geweest

Want op een nacht sloeg een granaat

¾ weg van zijn gelaat

Zijn hersens hingen aan de wand

Zo stierf hij voor het vaderland.

…..


De Goochelaar

…..
Geacht publiek, hier is een hoge hoed,

bezie hem scherp, bezie hem goed,

er is geen voering en zijn bodem is niet loos

maar let erop, past erop, ’t is een pandoradoos.

…..