Test
Download document

VOSMAER, Carel


MELANCHOLIA

Als men ten laatste heeft gevonden

Waar heel de ziel naar smacht,

Dan is ’t te laat, de dag verzwonden,

Reeds valt de nacht.

Als ’t kleed ons past, is het versleten,

Als men het boek kent, is het uit,

Als men het leven komt te weten,

Dan valt het scherm dat alles sluit.


Caradrius

Er leefde in oude tijden

Een vogel, Caradrius,

Wiens wondre gaaf verhaald is

In ’t boek Physiologus.

Hij zweefde in hoge wolken

Des nachts over d’aarde heen;

Maar streek op brede vlerken

Soms onbemerkt naar beneên.

Hij wist verborgen dingen,

Waar zelfs geen klerk van las,

En of de doodlijk kranke

Genezing nog mooglijk was.

Was ’t lot de mens beschoren,

Dan vlood hij ver uit het oog;

Maar mocht hij weer genezen,

Dan naderde hij van omhoog.

En over de kranke buigend,

Zijn bek aan den vege mond,

Onttoog hij de bleke lippen

De krankheid, en verzwond.

Ter hoge zonne vloog hij

En louterde zich in ’t licht;

Dan had ook weer de zieke

Genezend zich opgericht.