Test
Download document

ROMEIN, Jan & ROMEIN-VERSCHOOR, Annie

Erflaters van onze beschaving

Nederlandse gestalten uit zes eeuwen: Joan Derk van der Capellen

…..

Men begrijpe goed waarom het hier in wezen ging. Met dit manifest overschreed het Nederlandse volk de drempel van de eerste naar de tweede fase van het nationalisme. In de eerste was elders de vorst, waren hier de regenten of was de stadhouder (al naar men het zag) de belichaming van de natie geweest. In de tweede fase maakte de burgerij zich op zelf natie te worden. En de rechtsgrond daarvoor die men ook hier weer niet missen wilde, kon geen andere zijn dan de vorst tot tiran te verklaren, want slechts als zodanig kon hij rechtens van zijn rechten vervallen verklaard worden. Vandaar dat ook Van der Capellen zelfs voor zijn eigen, ja juist voor zijn eigen bewustzijn niet kon volstaan met de stadhouder onbekwaamheid of besluiteloosheid te verwijten, maar dat hij, objectief, hem tirannie voor de voeten moest werpen. Aan het slot van het pamflet ontvouwde Van der Capellen zijn program. Het is dat van de Amsterdamse memorie van 18 mei des jaars: ten eerste een onderzoek naar de oorzaak van 's lands ongeval, ten tweede een raad naast de stadhouder. Hij sloot er zich bij aan, maar hij is zich tegelijk bewust, dat er niets van komen zou ‘tenzij de Natie zelve, tenzij het Volk van Nederland, tenzij gijlieden zelve, deze heilzame voorstellen ten uitvoer brengt.’ En hij ried aan ‘Verzamelt Ulieden elk in uwe Steden en ten platten lande in uwe Dorpen.’ Kiest dan vreedzaam een matig aantal gecommitteerden, zendt die naar de hoofdsteden om uit naam en op het gezag der Natie, met en naast de Staten het bovengesteld program te volvoeren, waarbij zij u van tijd tot tijd moeten onderrichten. En om die nevenregering kracht bij te zetten, besluit hij met een te wapen. ‘Wapent ulieden allen, verkiest zelven dezulken, die u commandeeren moeten en gaat evenals het volk van Amerika, waar geen druppel bloeds gestort is, voordat de Engelschen hen eerst zijn aangevallen, in alles met bedaardheid en bescheidenheid te werk en Jehova, de God der Vrijheid, die de Israëlieten uit den diensthuize heeft geleid en hen tot een vrij volk gemaakt, zal onze goede zake ongetwijfeld ook ondersteunen.’

Oppervlakkig en laaghartig heeft men dit pamflet genoemd. Het is noch het een noch het ander. Wanneer wij het niet meer in zijn geheel kunnen onderschrijven, dan is het, omdat Van der Capellen een boosdoener zag, waar slechts een nietsdoener was, maar het is noch oppervlakkigheid noch laaghartigheid, het is - subjectief gezien nu - teleurstelling die hem dit verkeerde beeld suggereerde, teleurstelling, omdat Willem v die noch verlicht noch een despoot was, niet de verlichte despoot heeft willen worden, waarop Van der Capellen in de diepste grond van zijn politiek verlangen zijn hoop gevestigd had, omdat hij de onrijpheid van de burgerklasse om de macht over te nemen zeer wel zag. In Willem v teleurgesteld, schreef hij noodgedwongen de Nederlandse democratie haar vervroegd en dus vervalst geboortebewijs. Het wettige zou Thorbecke haar pas zestig jaar later uitreiken.

‘De edelman schaamt zich, wanneer zijn woorden zijn daden overtreffen.’ De spreuk van Confucius laat zich ook op Van der Capellen toepassen, en dan zeker, wanneer men bedenkt, dat de Chinese wijsgeer niet zegt, dat de daden van de edelman nimmer door zijn woorden overtroffen worden, doch slechts, dat hij zich schaamt, áls dat gebeurt. Uit de schaamte, dat zijn woorden uit Aan het volk van Nederland zijn daden zouden overtreffen, is de waarlijk koortsachtige werkzaamheid van zijn laatste drie jaren te verklaren. En wanneer het resultaat van die werkzaamheid niet in overeenstemming was met haar kracht, dan lag dat niet aan die kracht, maar aan de ‘onmacht der burgerij’, die te weinig tijd gehad heeft om de bouwstoffen voor een nieuw politiek leven te vinden onder de ruïne der traditie.

Van zijn afzondering uit streed hij voor twee dingen, waarin hij de voorwaarden voor verdere strijd zag: de toelating van Adams als gezant van de Verenigde Staten, die tegelijk hun erkenning zou inhouden én voor zijn eigen readmissie. Het is hem beide gelukt, omdat hij voor beide het in de zaak der drostendiensten beproefde middel ener adresbeweging toepaste. Als regent kon hij er nog niet toe overgaan, onder zijn eigen naam in. de kranten te schrijven, maar wel kon hij uittreksels uit zijn eigen Amerikaanse briefwisseling aan een redacteur, in dit geval aan die der Diemermeersche Courant , ter hand stellen. In maart '82 besloot Holland tot toelating van Adams. Half april volgde Overijsel. Het was zijn eerste overwinning.

Meer moeite kostte de tweede, maar zij werd voor hem persoonlijk ook een nog groter succes. Zijn partijgangers ageerden zowel onder de Gezworen Gemeenten in de IJsselsteden als onder de boeren, maar het voornaamste drukmiddel voor zijn readmissie werd een enquête in Twente, want deze edelman had al lang onderkend, dat de hefboom voor politieke machtsvorming bestond in het aanknopen bij de dagelijkse noden der massa. Schromelijke misdrijven van zijn persoonlijke vijand Heiden Hompesch, die men nog na kan lezen in het gemeente-archief te Kampen dat kopieën van al die stukken bewaart, kwamen op die manier aan het licht: knevelpartijen der roomsen die hem betalen moesten voor de vrije uitoefening van hun godsdienst en hoge boeten kregen, toen zij eens in de kerstnacht hun klok hadden geluid; afpersing van de boeren die 's avonds last kregen om turf voor een drost te rijden en toen zij het waagden een dag later te komen, met ƒ8 beboet werden, onverminderd de dienst; een vergoeding van ƒ300 van iemand voor het verlof om het lijk van zijn broer te begraven die zelfmoord gepleegd had; pesterijen en willekeur tegenover de joden. De boeren van Twente, Zwolse gildebroeders en de burgers van Kampen en van Deventer, waar het Atheneum met Van der Marck een intellectueel patriottisch centrum was, begonnen te tekenen: 2000 in Zwol, 1460 in Deventer, en te zingen ‘Van der Capellen moet groot, de drostendienst dood, de ridderschap zal 't concluderen, of de duivel zal 't haar leren.’ Op 22 oktober '82 begon de landdag, 1 november werd Van der Capellen weer toegelaten. Gejuich van ‘Vivat Capellen’ in de Sassenstraat in Zwolle en elders, die zelfde woorden in vetpotjes-letters tussen de andere illuminatie en zelfs een feestbanket in Amsterdam.

…..