Test
Download document

INGHELS, Maarten

I.M.

Nu al oefen ik voor mijn houten jas,
de kist: ik trek de schouders in,
buig mijn hoofd tot waar de kin
zal rotten op mijn borstkas,

vlecht mijn handen rond mijn pen.
Nee, geen gedachte waait door
mijn verfomfaaide hoofd. Enkel
wormen spoken rond in mijn karkas.

Ik neem dit niet licht: repeteer
in een kast het urenlange liggen
op mijn rug, spreid mijn benen
uit elkaar waar mijn lederen tas

komt, vol boeken die ik nooit lezen
zal, papier dat nog beschreven
moet. Rook lachend een sigaret,
hef met mijn geliefde het glas.

Tot slot spreek ik dit I.M. uit,
beeld me het snikken in om mijn graf,
zoek het zwijgen op en droom
weg, toon mijn lelijkste grimas