Test
Download document

GERHARDT, Ida


De gestorvene

Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan -
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.


Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.


Het gebed

Drie maal per dag, naar vaste wetten,

nemen zij de eigen plaatsen in,

en gaan zich rond de tafel zetten;

van haat eendrachtig: het gezin.

De vader heeft het mes geslepen,

de kinderen wachten, wit en stil.

De moeder houdt haar bord omgrepen

alsof zij het vergruizelen wil.

Een grauw: dan vouwen zij de handen,

de disgenoten in het huis:

van tafelrand tot tafelranden

geschikt tot een onzichtbaar kruis.


Vogelvrij

Kinderen van een prachtig ras
- ik kwam hun noordelijk dorp voorbij -
scholden en achtervolgden mij
en één smeet raak met een pol gras.

En toen ik hen ontkomen was
zat ik tussen een wilgenrij,
een oude vrouw in de maand mei
en sloeg de kluiten van mijn jas.

Kinderen zijn oprecht en wreed:
zij zagen mij de dichter aan
en deden frank, wat meer discreet
de wereld dagelijks heeft gedaan.


De bijen

De donk're bijen brommen om de korven

waar bij de schuur de oude linde staat,

ik denk aan de arbeid in de korf geborgen,

het langzaam groeien van de honingraat.

En wéér op deze plek-zoals zoveel dagen-

bestormt mij plotseling een overvloed

van beelden, zo in lichtglans toegedragen,

dat overstelpt ik de ogen sluiten moet.

Uren- terwijl de zoekende gedachten

zich allengs tot verbinding schikken gaan,

de dag verstrijkt, het zwermen der bevrachte

gonzende dieren houdt gestadig aan.

Tot de avond invalt en ik neergebogen

mij dankend op de rijke dag bezin;

doordringend komt een zoemen langs gevlogen,

een late bij keert nog ter korve in.