Test
Download document

DE GROOT, Boudewijn


Aeneas Nu

Er was geen eind en geen begin

toen Aeneas werd geboren.

En nu ik aan 't zoeken ben

slaan de klokken in de toren

het verhaal, voor wie 't wil horen

van een eindeloze reis

Een man veegt scherven bij elkaar

en metselt zerken in de grond.

Ik wandel door dit doodsgevaar

omdat ons huis hier vroeger stond.

Maar ik ben vreemd en ongezond

op een eindeloze reis.

Ik kom misschien aan een station

door schele bedelaars verwacht.

De laatste trein ontmoet de zon,

de avond valt angstwekkend zacht.

En ik ben vreemd en zonder kracht

op een eindeloze reis

En als ik vraag waar ik nu ben,

staren mensen achter kragen

naar de straat ver weg van hen.

Niemand antwoordt op mijn vragen.

Want ik ben vreemd en al vele dagen

op een eindeloze reis.

En als niemand mij verwacht,

kom ik terug en dan zal blijken:

het was nooit zoals ik dacht

en het zal er nooit op lijken.

Het is vreemd om neer te strijken

na een eindeloze reis.


Wie Kan Me Nog Vertellen

Wie kan me nog vertellen

van de vroege morgenstond

met goudsel in de mond

waar de dichters over dichten?

Hoe laat kwam toen

de eerste zwaluw uit het zomergroen

gekleed in boezeroen

om de schoonmaak te verlichten?

De melkman om vier uur op

om koeien te gaan melken,

om eien te gaan pelken

bij de kippen op de stok.

En in de straat de vullusman

die niemand wilde groeten,

gezicht vol honingsproeten,

verdiende toen een meier

bij Knul de Spulleman.

Waar is die zoete kouwe tijd?

Waar is die in-de-gauwigheid?

Leve de ik-hou-van-jouwigheid.

Er werd nogal gesproken

over Kraai de Kanselein,

zijn lichaam deed hem pijn

want hij leed toen aan de tering.

Maar verder was het leven goed

en ieder was ter vrede.

Er werd veel fiets gereden

en men leefde van de nering.

Alleen op zondag was het stil,

dan sliep men in de kerken.

Dat was heel goed te merken

want de klekte was nihil.

En 's avonds als het donker was,

dan ging je op de deren,

daar stoven dan de veren

totdat de nacht gedonderd

en de dag gebroken was.

Waar is die zoete kouwe tijd?

Waar is die in-de-gauwigheid?

Leve de ik-hou-van-jouwigheid.

Wie kan me nog vertellen

van de eerste vliegmachien?

Heeft u hem ook gezien

toen hij naar beneden stortte?

Nu grinnikt u, maar u grinnikt niet

als u te pletter vliegt.

Een vliegtuig is een smiecht

waar niet mee valt te sporten.


Verloren en gewonnen

Lang voordat ik jou ontmoette

ging ik aarzelend mijn weg

barre grond onder mijn voeten

en ik kende heg nog steg

wat ze zeiden moest gebeuren

en ik deed dus zonder zeuren

wat gezegd werd en gevraagd

ik werd geduwd door vreemde deuren

weggesleurd en opgejaagd

en toen ik eindelijk vaste voet vond

en een onvermoede moed vond

heb ik ze allemaal uitgedaagd

Ik heb verloren en gewonnen

ik heb gestreden in de strijd

maar waar 't me ooit om is begonnen

ben jij, mijn lief, mijn eeuwigheid

Als de zalen zich weer vulden

in het licht der schone schijn

en de schaduwen verhulden

wat er was maar niet mocht zijn

vond ik altijd weer de kracht en

vond ik steun bij de gedachte

dat ik deed wat ik het liefste deed

en dat jij ergens op mij wachtte

ook al hadden wij geen weet

Pas wanneer het zaallicht doofde

zei ik wat ik echt geloofde

terwijl ik ook de pijn verbeet

Ik heb verloren en gewonnen

ik heb gestreden in de strijd

maar waar 't me ooit om is begonnen

ben jij, mijn lief, mijn eeuwigheid

De rust is weergekeerd

de storm is eindelijk bedaard

ik heb gevonden wat ik zocht

heb er tot bloedens toe voor gevochten

maar het was het vechten meer dan waard


Als De Rook Om Je Hoofd Is Verdwenen

Valt het je op dat de zon feller schijnt

als de rook om je hoofd is verdwenen.

Valt het je op dat de wind harder waait

als je hem tegen hebt in plaats van mee.

't Is koeler in huis dan aan zee

als de rook om je hoofd is verdwenen.

Je kerft je naam in de nerf van een boom

en niemand weet ooit wie je bent.

De boswachter glimlacht als hij je herkent,

je drijft langzaam mee met de stroom

als de rook om je hoofd is verdwenen.

Als de rook om je hoofd is verdwenen.

Als er gebeld wordt, verlaat je het pand

en je loopt langs de trap naar beneden.

De tramconducteur voor de deur op de stoep

knikt je zwijgend maar zeer beleefd toe.

Je wilt wel wat zeggen maar je bent veel te moe

want je komt langs de trap naar beneden.

Je verduistert de zon met de wind in je rug,

de tramconducteur schudt zijn hoofd.

Vandaag is er niemand meer die hij gelooft,

zijn blindenstok tikt op de brug.

Als de rook om je hoofd is verdwenen.

Als de rook om je hoofd is verdwenen.

Valt het je op dat de dag langer duurt

als de rook om je hoofd is verdwenen.

Valt het je op dat de nacht warmer is

als de nevel je ogen verzwaart,

de kaars waar je samen naar staart

als de rook om je hoofd is verdwenen.

De klok en de klepel verzetten de tijd,

je glijdt in een sneeuwdiepe kuil.

Ze vragen de morgen, je geeft hem in ruil

voor het ei dat je eet bij 't ontbijt.

Als de rook om je hoofd is verdwenen.

Als de rook om je hoofd is verdwenen.


Babylon

Meisjes wachten nachten

op de god Sjalomon Ra,

de draak bewaakt Ophelia

die in de laan der leguanen

met jasmijn onder platanen

terugdenkt aan Antarctica.

Helion verkracht daarna

voor mijn ogen Ariadne.

Zacht glazuur is Babylon.

Tempelgoud glanst helder

in de stralen van de zon.

Daar rijst herboren Helion.

Door de gongen onderbroken

spoort de zon in stroken

voor de tongenpoort omhoog.

Helion doodt Oberon

voor de ogen van Apollo.

Zacht glazuur is Babylon.

Priesters heffen hoorns

voor de witte stenen god.

Elysee beweent het lot.

Als het leger heeft gestreden,

er zijn meesters overleden

bij het eerste lentefeest.

Helion bespeelt de bigot

voor de ogen van Nemesis.

Zacht glazuur is Babylon.

…..