Test
Download document

JELLEMA, C.O.

Hovenier

Nog zit de vorst tien centimeter
diep in de grond, toch naast zijn schoenen
al sprieten groen van sneeuwklok, krokus.

Hij snoeit wat hoger werd dan hem, de vlinder-
struik tot op de schijnbaar dode stam.

Van zeven zwanen ziet hij op hun roep
de vorkvlucht boven naar het noorden.

Nog hoger denkt hij zich planeten en
nog kouder, verder, sterren, overdag
onzichtbaar, en de grenzen van 't heelal.

Van daar ziet hij zich staan: een kruin,
verwaaide haren, een snoeischaar in de hand, en

naast de schoenen

die toefjes prille spriet net niet vertrapt.