Test
Download document

LOVELING, Virginie


De twistappel

…..
Onderwijl groeide kleine Gaspard in de vrees des Heren op. Hij begon te weten, wat zonde was: naar de mis niet gaan des Zondags was zonde, vlees eten op een Vrijdag was zonde.

Des avonds vouwde hij de handjes samen, voor zijn bedje op de knieën zittend, uit intuïtie van vrome zielsverheffing naar 't plafond opkijkend. Aldus deed hij zijn soms gerekt avondgebed hardop, door Fernande geholpen, indien hij haperde of oversloeg: voor zijn ouders, zijn grootouders, voor vrienden en vijanden.

‘Wat zijn dat vijanden?’ vroeg hij eens.

‘Mensen die ons kwaad willen.’

Dat begreep hij niet: hij kende slechts de goede kant van 't leven.

Hij bad ook voor zijn engelbewaarder, die altijd bij hem was en hem tegen alles beschermde.

En ofschoon Fernande hem die engelbewaarder gans anders had afgeschilderd, kon hij niet dan haar zelf, telkens hij die aanriep, in verbeelding zien.

Nadat hij zeven jaren oud was, leidde zij hem naar de goddelijke diensten. De hoge gewelven met donkere hoeken van mysterie, de kaarsen op het outer, de priestergewaden, - zwart met zilver geborduurd fluweel, of met schitterende gouden damastbloemen - maakten indruk. Vol heilig ontzag keek hij toe; maar de ceremonieën duurden te lang. Vermoeid zonk soms zijn hoofdje neder.

‘Papa, waarom gaat gij nooit mee naar de kerk?’

‘Hebt ge niet genoeg aan 't geleide van mama?’ vroeg deze ontwijkend.

De kleine vond geen antwoord en zweeg.

…..