Test
Download document

COVELIERS, Jos


de zee deint oeverloos.

de zee deint oeverloos. Zo ritselt geen gefluister dan aan mijn oor uw stem, vrouw, en dit

zomervuur brandt als uw oog in mij. Hoe glorievol de luister van water en van licht.

Hoe zalig is dit uur.

de zee deint oeverloos. De baren vloeien open. Karvelen varen uit, de zeilen in de zon.

Hoe wou ik immers zonder lamme benen lopen langsheen dit blonde strand, van zulk

steil licht de bron.

de zee deint oeverloos.