Test
Download document

VAN DEYSSEL, Lodewijk


Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen,

Want waar mijn ogen langs de wanden dwalen

Schemert uw lach daarheen. Ontelbre malen

Hoor ik in 't klokgetik uw voeten treên.

En langzaam nadert gij, zo ver, zo kleen...

'k Zie dat een brede neevlenkring met vale

Lichtloze sluier u omhult; dan dalen

Zachtjes uw lichte schreden naar mij heen.

Uw adem vaart mij aan! Gij zijt verschenen,

Ik zie uw ogen in mijn ogen gaan;

'k Hoor in de wind, die langs mijn ruiten henen

En door de schouwe klaagt, uw woorden aan,

Zó vrees'lijk droef en teer, dat 'k u zie staan

Met bukkend hoofd, om in mijn arm te wenen.