Test
Download document

DURNEZ, Gaston


Ik ben zo blij

Ik ben zo blij dat ik weer triestig ben.

Nu zal ik weer veel verzen kunnen schrijven.

nu zal ik weer de poëzie bedrijven.

Want wààr verdriet alleen beweegt mijn pen.

Ik ben U dankbaar, Heer, voor deze traan.

Nu kan ik wenen, vrolijk en vol ijver.

Ik heb het nodig, want ik ben een schrijver.

Van vreugd en lachen kan geen kunst bestaan.

Ik zie de bloemen en ik voel de zon.

Maar bloemen worden in de knop gebroken

en achter wolken zit de zon verdoken

- Goddank! - zo vaak dat ik nog dichten kon.

Ik ben zo blij dat ik weer triestig ben.

o Heer, gij die de weemoed hebt geschapen,

laat mij toch nooit te veel aan vreugde rapen.

En als het moet, breek dan desnoods mijn pen.


Parlement

Met een paternoster woorden

met een bittere

moeë

klank

spreekt het Kamerlid

Van Vlaenderen

tien minuten.

Op zijn bank

zit Minister Van de waele

en hij tekent

in de rand

van zijn dagblad

een konijntje

in een groen

groen klaverland.


Aan een geleerde hond

Je was geboren voor het circusleven.

De goochelaar had je fijn afgericht.

Je liet ons lachen met je dwaas gezicht,

je kon de Heren zo mooi pootjes geven.

Je hebt gespeeld in musicalpaleizen.

Je liep, o nee, je dànste op een koord.

Je miste enkel maar de gave van het woord.

(Maar schone praters zijn zo zelden wijzen).

Je liet je door een goochelaar zijn trukken

veranderen in een schaap, een haas, een olifant.

Maar altijd bleef je hart een flamingant.

Er zijn er weinigen die daarin lukken.

Door hoepeltjes van vuur heb je gesprongen

En dan – ik beef nog voor je euvele moed –

Versierd met decoraties en een hoge hoed

De “Vlaamse Leeuw” geblaft, uit volle longen.


Boom

Ik wou dat ik een boom kon zijn,

dat ik een hoge boom was,

met zijn takken wuivende naar de zon

en zijn wortels diep in het gras.

Ik wou dat ik een boom kon zijn,

dan wou ik op elke tak

een witte bloem en een vogelnest

en een Speelman op ’t bladerdak.

Ik wou dat ik een boom kon zijn,

dan wou ik een stam zo breed

dat er plaats genoeg voor mijn hart zou zijn

dat ik daar met een dolk in sneed.


De wereld

Ik huil wel eens graag,

ik traan wel eens blij.

Maar de dag van vandaag

hoort dat er niet bij.

De wereld loopt krom.

Hij verdrinkt zijn verdriet.

En je lacht er om

of je wilt of niet.

En je schaterlacht

en je buldert en brult.

De wereld is zat!

Ik lach mij een bult!


Liefdeverdriet

oekannekik oezegge

oegere dakkuzie

ikkebbekik

ikkrijgekik

daartoe dokkazenie

oevoeldetnie

oeziedetnie

dakandersnie danoe marie

dakandersniemand niemandnie

zoegerezie

ochmochtekik oekussekind

oezoudetrap verstaan

oezoudezegge sè Lewie

ikoek ikwillekik andersnie

ikwillekik andersniemandnie

danoe Lewie.