Test
Download document

MULDER, Simon


Gedichten

De mannen van de geest, die nacht aan nacht

Steeds tussen stapels boeken zijn gezeten

De mannen die, soms bladerend verbeten,

Alsof in boeken wat zij zochten wacht,

En dan weer kortaf krassend met hun pennen,

Daar kalend en uitdijend in hun stoel

De jaren tellen – en voor welk doel?

Zij denken het heelal te kunnen mennen

Met wet en stelsel op te kunnen tuigen

En jagen op de sterren in hun vlucht;

De mannen, die nog met hun laatste zucht

De wereld voor zich willen laten buigen

De mannen, die in kamertjes doorrookt

Elkaar bestrijden om een onnut feit

En zich verheugen om een nietigheid –

Het spookt om hen zoals het in hen spookt

Als men hen ziet, ziet men hen ontevreden;

De mannen van de geest, die nacht aan nacht

Steeds vrezen dat hun waarheid wordt ontkracht:

Tot deze orde ben ik toegetreden.