Test
Download document

VANDER GOES, J. Antonides


Aan Rozemont

Waar schuilt gij, Rozemont, in dicht gegroeide linden?

Vertrouw u in geen bos dat bruine schaduw maakt.

Uw ooglicht is een zon die in het duister blaakt;
Zo weinig als een wolk het zonnevier kan blinden,

Zo weinig dekt de nacht u voor uw liefste vrinden,

Nu peins ik valt wat mij voor nieuwe zorg genaakt.

Ik vrees dat ergens Pan op uwe stappen waakt.
Vertrouw die Boksvoet niet. de min is niet te binden.

Of steunt gij op uw oog? dat kwetst, maar stort geen bloed.

Dat 's een' aanbidlijk vier. het brandt, maar zonder gloed.
Verlicht de holen vrij, verlicht d'eenzame kusten:

Gij zult in geen spelonk noch jeugdig lindegroen,

Geloof me (neen ! geloof me niet , maar kom het doen)
Zo zacht, zo zeker als bij uw Herder rusten.