Test
Download document

PERNATH, Hugues C.


Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan

Geen lichaam kan ooit het mijne voelen

Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust

In de sprakeloze plaag van de taal.

Dagelijks en dodelijker verkrampt mijn wereld

In de vreselijke vertakkingen van de pijn.

Ik heb het laatste boek gedragen, van rechts naar links

En met al mijn tekortkomingen veroordeel ik

Wie verbrandt en wie poogt door de leugen.

Want anders niets dan de nederigheid

Dan het voltrekken van de twijfel,

Want anders niets heeft ons bepaald.

Ik laat het licht de duisternis herhalen,

Herrijzen uit de roemloze rust van de rots

En terwijl het schrale water uit de wonden sijpelt

Beluistert de nakende nacht mijn schroevend hart.

Geen entstof heeft mij veranderd

Geen vrijgevig verleden mij bedwelmd. Geen smeulen.

Zoveel werd gescheiden, zoveel kwam terecht.

Ik bemin, ik schrijf en onderga de vriendschap

Maar als een metselaar, vrij en ommuurd

Voltooi ik de tempel waarvan de laatste hoeksteen

Mijn einde zal betekenen. En met datzelfde woord

Al mijn liefde verwoordend, leef ik verder

In de gesel van die zonnetekens waartoe ik behoor.


De onkuisheid

(voor Myra)

Geloof in mij, want ik geloof in jou

Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield.

Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen

Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt.

Door jou ben ik geworden en met de littekens

Van jouw weefsels, de waas van jou.

Zo ons zwijgen, zo ons zeggen.

Niets werd ons beloofd, alleen het leven

Dat wij kozen kan ons nemen of verlaten,

Geen medelijden, want niets heeft ons gemaakt.

Omdat ik voor jou mijn speeksel spaarde, en nu

Na de nacht en de nevel, in jouw angsten herleef

En tracht je te beschermen tegen de gruwel.

Er is geen klacht meer nodig, de pijn heeft opgehouden

En voldaan. Slechts jij en ik ontkiemen en gedijen

In het louterende onbekende van de tederheid.

Onwennig ligt ons landschap, een scheppingsverhaal

In ons zoeken en ons vinden, het reddeloze volgen

Van de onderwerping die onze lichamen rekt.

Spin. Spin en bewaar mij in jouw liefde.

Zo zullen wij beschreven staan, ouder wordend

Dan de valk die zijn vlucht begint en rimpels trekt

Over de dorre braaklanden van vroeger en voorheen.

Geen misverstand. Tussen jou en mij geen overleven

Want deze dag betekende voor mij het begin der dagen.

Jij bent mijn eerste dag. Hier ben ik, want ik blijf.