Test
Download document

STEENHOFF-SMULDERS, Albertine


Sint Jan


Nu is de nacht alleen een waas van dauw

Dat strelend op de warme weiden daalt

En vóór ’t opaal vervloeit in donkerblauw

Teêrrood alrêe de morgenschemer straalt,

Het zijn de lichte nachten van Sint Jan.

Zwaar wolkt een geur van rozen door het woud,

Daar is geen vogel, die nu slapen kan,

Geen bloem, die niet haar kelk openvouwt.


Stil-stralend ligt de Plas in zilverlicht;

Heel zacht bewogen door de morgenwind

Wuift suizend riet; in ’t wijde vergezicht

Sluimren de dorpen in matgrijze tint.

’t Is hoogfeest van het blije zomertij,

Reeds juicht de merel als de vreugde ervan,

De zomerdromen ruisen ons voorbij …

Het zijn de lichte nachten van Sint Jan.