Test
Download document

GRAULS A.W.


Algiers


Habiba gaat

door de straat

Bab-Azoen.

Onder de koele arcaden

geur van bazielkruid en jasmijn;

feestroes van geel en karmijn.

o haar witte hals

tussen de maskerade

der boernoes

in het blauwe en roze voormiddaglicht.

En haar ovale paarlenogen,

ingezet in de zijden gelaatsluier.

Het hart is een gids,

die de voeten volgen.

En zij verdwijnt – zijden geruis –

in de smaragdgroene poort

van het Moorse badhuis.


Wending

De gouden korenaren zijn verdwenen.
Op de akkers is het rapengroen verschenen.
Het nare najaar nadert dag aan dag.
Het landschap krijgt de kleur van natte stenen.


Kwatrijn

O God, waarom ben ik te laat geboren?
Slechts aarzelend durf ik nog een mens mij noemen.
Ik ben een veld, waar in de kale voren
de laatste stoppelvlammen krakend zoemen.

Nachten.


Kalleme nacht en slapende rozen;

bomen wier blâeren eventjes blozen;

schaduw van lover op alle paden;

schimmen die door het manemeer waden.


Bevende stralen strelen de snaren,

roeren der stilte gouden gitaren;

vallende sterren willoos verzinken;

drenkende droppels benglen te blinken.


Nu wil ik neigen 't daglange hijgen

onder de koele beurende twijgen.

Alle geruchten zwijgend vervluchten

in de gedegen droomwaze luchten.


De Lamp

 
De dag heeft afgedaan.

  Hij reikt de zandloper aan de avond.

 
De lamp

  midden       op       tafel

  zoent bevrijdend het duister dat in d'hoeken rilt.

  Triomfantelijk ontwaken van schaduw en licht.

  Boszon op handen en aangezicht.

  Oranje. Licht. Lichtoranje. Oranjelicht LICHT.

 
Musicerende englen staan wachtend geschaard

  rond het preluderende orgel:

  Veni Creator.

  De kamer wordt een speeldoos in de handpalm van God.

  Van buiten uit schijnen de vensters zacht rood

  als een welkomsignaal voor de trein.

  Laat de dromentrein

  binnen

  in de veilige spoorhal van je hart....