Test
Download document

NAPELS, Stella


Hoogliedje


Dat geen jakhals, geen vos mijn tuin

verniele, dat ik geur naar mirre en

laurier, dat mijn ogen duiven zijn,

mijn borsten tweelingwelpen, granaat-

helften mijn wangen, mijn flanken reeën.

O lippen van honing, ivoren hals, o

kuikendonzen heuveltje, fluwelen bron.


Waai door mij heen Wind, waai door

mijn palmhaar, ritsel zachtjes tussen

mijn gazellendijen. Kom, vandaag geen

last van mijn gehate vlees, geen hinder

van gesmoorde lust, geen ergernis

om wat ze met me deden, geen smart

om wat ze lieten. Mijn tong is als

een zotte pen, mijn lijf een bundeltje

lieftalligheid, een weitje leliën, lust-

hof vol saffraan, muskaat, kaneel.