Test
Download document

ADAMS, Wilfried


Leuven-Gent, december

Weer wist een winterr u te vinden,

ontgordeld ligt gij land, verkaveld, verkorven

onder een zon die grijnst en bloedt.
Wie heeft vannacht al uw zwanen gewurgd?

Wilgen onwillig langs zwartgevroren plassen,

schaarhout, verwaaid geboomte scherp

en spichtig in uw glazen horizon gekrast.

Hoe ver, hoe diep reikt uw geduld?

Ik vloek u om uw sterven. En telkens

opnieuw breekt gij mijn ogen, stroomt

me in en uit en stolt en vriest,

wordt laaiend water weer,

grauwvuur en vloed en grondeloos: mijn land

aan u is geen ontkomen.