Test
Download document

VAN ALPHEN, Hieronymus


De Starrenhemel
……

Daar rijst het tintlend starrenheir!

En de aarde zwijgt verbaast.

't Gestarnte spiegelt zich in 't meir,

Waarop geen windje blaast.

't Is alles hemel wat men ziet;

Zelfs bergen vluchten heen.

't Verdorde blaadje schuifelt niet;

't Gestarnte spreekt alleen.


Het onweder

Hoe schoon schiet daar de bliksem neer!

Hoe statig rolt de donder!

De wolken pakken saam, of drijven heen en weer;

Terwijl ik in dat al, geduchte Hemelheer!

Uw Majesteit bewonder.

Nu is 't voorbij; een frisse lucht

Omringt mij, waar ik ga, en doet de vogels zingen.

Ik zie een nieuwe glans op boom en veld en vrucht;

Maar, eeuwig God! gij blijft geducht,

Zelfs in uw zegeningen.

Wat zie ik, Caatje! hoe, gij beeft?

Ach wilt daar nooit voor vrezen!

't Is een geschenk dat God ons geeft,

En daarom, lieve meid, moest Caatje dankbaar wezen.