Test
Download document

VAN DUYSE, Prudens


Letterkliever


0 letterkliever, spel naar luim en gril,
Maar schrijf een letterwerk, dat alleen moog' verrukken,
En laat dan 't nageslacht 't onsterflijk werk herdrukken,
Ook in de spelling, die het wil.


Aan Sophia

Nazomer is 't: nog bloeit het groen,

Wat bloemen rondom ons verslensten,

En vriendlijk biedt ons dit seizoen

De schat, die we in de zomer wensten:

Een dag, door zachte zon gestoofd,

Van werk en wandeling doorweven ;

Een kleine bogaard, die, vol leven,

Noch vogellied ontbeert, noch ooft;

De azuren druif, de gouden peer

Tot lust verlokkend allerwegen;

Een schüre, door de arbeid weer

Ontsloten voor een nieuwe zegen;

De middag koel, de avond fris;

De maan, aan effen kim ontsproten,

En 't dankgebed, aan 't hart ontschoten

Bij de aangeslopen duisternis.

ls niet dit jaargetijde 't beeld

Des levens, rijk aan vreugd en vrede,

Dat, door 't herdenken nog gestreeld,

De herfst ziet naadren schree voor schrede;

Dat blij gezaaid heeft en gezwoegd,

En moedig voortwerkt op de akker,

En, ook na lange jaren wakker,

Zijn rüstig erfgebied beploegt?

Gij kent mijn streven, waarde vrouw:

Mijn zomerzonnen zijn verdwenen,

Maar aan de arbeid blijf ik trouw,

En stil geluk bloeit om ons henen.

Mijn dag is kalm, mijn avond schoon,

En, van ons huisgezin omgeven,

Vervloeit ons beiden 't lieve leven

Niet zonder huwlijks'bloemenkroon.


De dichter en de ziel
…..
Ik heb mijn groene jeugd versleten

In de eenzaamheid der doodse cel,

Ik heb de liefde zelv’' vergeten

Voor 't onverpoosde breingekwel.

En, vreemd aan schuldeloze blijheid,

Verzaakte ik, zwoegend, vreugd en vrijheid

En zei aan rust en lust vaarwel .
…..
Ik heb het zaad gestrooid van vrijheid en verlichting.

Ik tartte jaren lang die lamme moedontwrichting.

Die onverschilligheid van mijn landgenoot.

'k Heb jaren lang gekampt voor ziels- en geestontslaving

De nacht drukt op de volksbeschaving .

De Vlaming hijgt naar 't morgenrood .
…..


Feestdronk
…..
Dat u het harte sneller klopp',

Uw blik ten hemel rijz',

Taalgeuzen, heft de bekers op,

Naar vaderlandse wijz'

De taal deez' feestdronk toegebracht !

Die feestdronk zij een dolk

In 't hart van 't franszot aapgeslacht !

De taal is gans het volk.
…..


Vroeger en nu

Die vroeger of schreef, of prenten liet,

Wat ieder dacht, die dacht, werd, zonder sagen,

Na kort proces, het paste hem of niet,

Gehangen of verbrand, of doodgeslagen.

Men leeft nu slimmer met zo'n stoute gast,

Men laat hem zonder brood of broodambt lopen,

Verduikt zijn schrift, waar niemand tegen bast,

En laat hem met de dood zijn moed bekopen.