Test
Download document

VELTMAN, Martin


De woorden vallen op de tong uiteen.

Je ruilt de taal in voor het handgemeen.

Wie in de avond nog verhalen fluistert

wordt niet verstaan. Die gaat voortaan alleen.


Amen is amen

Amen is amen
Amen is: het heeft zo moeten zijn
en dat betekent:
wij redden ons niet meer van vuur en zwaard
en oorlogsoverrompeling
maar ook:
wij kleden ons met rozen
en gaan in stemmen rond van vrede en verzoening.
Daarom is amen amen
en zachter kan het niet.


Standpunt

Vroeger heb ik gedichten opgeschreven

die uit mijn donker kwamen. Diafaan

drongen de nevels uit mijn droom vandaan

en sluierden het onverklaarde leven.


Duistere zang als rook voorbij gegaan.

Hermetische poëmen. Uitgedreven

en aan de goegemeente prijsgegeven.

Bij navraag bleek geen mens ze te verstaan.

Daarom, nu, onbegrijpelijkerwijs,

mijn hand een tweede kaart krijgt toegespeeld,

de oude verzen mat zijn en vergeeld,

en opgegeven na de lange reis,


nu kies ik voor de wijde opening:

de anekdote, de verheldering


Agenda

Kwart voor negen in de morgen.

Ik doe de lampen aan in mijn kantoor.

De geur van koffie doet zich aan mij voor.

Nog lijken de burelen uitgestorven.

(Weinige medewerkers houden woord.

Hierover waren wij het eens geworden:

het aanvangstijdstip. Voor de goede orde

bevestigd en getekend voor akkoord.)

Ik kijk in mijn agenda hoe opdrachten

van uur tot uur gearrangeerd zijn; buiten

het dagelijks contact met ijdeltuiten,

stakkers en talenten, staat mij te wachten:

tweemaal vergaderen en tussendoor

de lunch gebruiken met een kletsmajoor.