Test
Download document

HEGENSCHEIDT, Alfred


Onmacht

I

Ik weet het niet wat van mij worden moet

Na al dit rustloos pogen, nimmer slagen;

'k Heb vruchteloos een beeld in mij gedragen,

Ik heb de adem niet die 't leven doet.

En geest en hart, zij waaien droeve vlagen

Van kille leegheid in 't verdord gemoed;

En de aarde kwijnt; met haar gij, 't laatste goed

Waaraan 'k mij klamp, gedenkend vroeger dagen.

Waarom moest gij dan komen in de nood,

Ik riep u niet; wat dood moest zijn, wás dood,

En voor de rest, - ik had het ook gedragen, -

Gij hielpt toen goddelijk dit leven schragen;

Maar ziet gij niet, nu gij mij wilt verlaten,

Dat ik het weer, maar meer dan ooit, moet haten?