Test
Download document

KHAYYAM, Omar


Rubáiyát (Fragmenten)

Tentmaker, zie, uw lichaam is een tent,

de Sultan ziel tot een kort logement.

De vorst vertrekt; straks vouwt het linnen op

de dood en geen, die nog de standplaats kent.

Het eerste groeien aan de waterkant

hoewel herkent het zinnende verstand

dons van een cherublip daarin en waas

van kinderwangen in de jonge plant.

De liefste naderde, mijn zinnen weken;

een hart, dat sprak; een mond, die niet kon spreken.

O fel verdorste, wreed martyrium

tussen de murmelende waterbeken.

Goud en veel koper als een klokkespijs

goot eens de Maker is mijn vormmatrijs

naar Zijn dunk. Wie is er dan aansprakelijk,

wanneer de klok nu klinkt op haar wijs?

De wereld gaat en gaat, als lang na deze

mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.

Wij werden vóór ons komen niet gemist,

na ons vertrek zal het niet anders wezen.

In deze kring van komen en van gaan

is Alif niet, noch Ya te verstaan,

en niemand, die beseft, van waar verscheen,

naar waar verdween de vreemde karavaan.

Vertaling : J.H. Leopold (1911)



XXXI

With them the seed of Wisdom did I sow, And with my own hand wrought to make it grow; And this was all the Harvest that I reap'd "I came like Water, and like Wind I go.


XXXII

Into this Universe, and Why not knowing Nor Whence, like Water willy - nilly flowing; And out of it, as Wind along the Waste, I know not Whither, willy - nilly blowing.

XLVI

So when at last the Angel of the Drink Of Darkness finds you by the river - brink, And, proffering his Cup, invites your Soul Forth to your Lips to quaff it - do not shrink.

XLVIII

When You and I behind the Veil are past, Oh, but the long long while the World shall last, Which of our Coming and Departure heeds As much as Ocean of a pebble - cast.

Translation: Edward Fitzgerald


XXXI

Van wijsheid zaaide ik met hen, het zaad;

met eigen handen wrocht ik, vroeg en laat

En dit was heel de winst die ik mocht oogsten

Als water kwam wie nu als wind weer gaat

XXXII

In dit heelal: Waarom? Vanwaar? We weten 't niet

gelijk het water stroomt of het nu wil of niet

en weer eruit, als wind over het woeste land,

-geen weet precies waarheen- of hij nu wil of niet.

XLVI

Als dus tenslotte de Engel met de Drank

der duisternis je treft bij de oeverbank,

het glas heft en je vraagt met ziel en lippen

te drinken - huiver niet, maar zeg hem dank.


XLVIII

Als wij voorbij de Sluier zijn gegaan,

zal lang, heel lang, de wereld nog bestaan

en ons vergeten zijn. Wat trekt de zee zich

het plonzen van een kiezelsteentje aan

Vertaling : W.Blok




Ontwaakt! De morgen drijft in wilde jacht

De sterren langs de koepel van de nacht.

En ziet: de jager van het oosten trof

Des sultan's toren met zijn stralenpracht.

Want hoe z' ook discuteren in hun waan:

Een Poppenkast is 't menselijk bestaan,

Die helder door de zon beschenen wordt,

En waar we als schimmen heen en weder gaan.

Vertaling: Chr.van Balen (1910)


168

Heer, U heeft me

m'n geluk ontnomen! Heer, U hebt

een muur gemetseld tussen mijn hart en de schepping.

Mijn mooie wijnoogst, U hebt hem vertrapt. Als het

mijn tijd is te sterven, waarom aarzelt U dan?

Ben ik op dat moment misschien te dronken?

169

Wees stil, verdriet!

Laat me een geneesmiddel zoeken.

Ik moet leven, want de doden hebben geen

herinneringen meer. En ik wil

me m'n geliefde nog

even herinneren!

170

Snaarinstrumenten,

geuren, drinkbekers, lippen,

lange haren en ogen: speelgoed dat de Tijd

vernietigt, speelgoed! Soberheid, eenzaamheid,

arbeid, meditatie, gebed en afstand doen: as die

de Tijd uiteen waait, as!

Vertaling : Hans VAN ROSSUM (2003)