Test
Download document

HOMERUS


Odyssey


…..
Then Odysseus in his turn melted, and wept as he clasped his dear and faithful wife to his bosom. As the sight of land is welcome to men who are swimming towards the shore, when Poseidon has wrecked their ship with the fury of his winds and waves - a few alone reach the land, and these, covered with brine, are thankful when they find themselves on firm ground and out of danger - even so was her husband welcome to her as she looked upon him, and she could not tear her two fair arms from about his neck.

…..

Translation: Samuel BUTLER


…..
Deze woorden stemden zijn hart tot diepere weemoed en wenend hield hij omarmd zijn geliefde, zijn zorgzame vrouw. Zo welkom als de kust opdoemt voor schipbreukelingen, wier sterk schip, voortgejaagd door de storm en de machtige golven Poseidon op de zee heeft verbrijzeld – slechts weinigen ontkomen aan de grijze zee en bereiken al zwemmend het land, hun lichaam korstig van pekel, en verblijd beklimmen zij de kust, ontsnapt aan de dood - even groot was haar blijdschap haar man terug te zien en geen ogenblik liet zij haar blanke armen los van zijn hals.

…..

Vertaling: M.A. SCHWARTZ


11.

489-491

Achilles:

…..

I’d rather serve

as another man’s labourer

as a poor peasant without land,

and be alive on Earth,

than be lord of all the lifeless dead.

…..




…..

Mocht ik op aarde leven,

ik koos ervoor als dagloner te werken

in dienst van iemand anders, van een arme,

een man die niet veel eigendom bezit.

Ja, liever dat dan over alle schimmen

Als vorst te heersen in het dodenrijk

…..

Vertaling Patrick LATEUR




Ilias
…..
Zoals in de bergen een havik,

vlugger vliegend dan al wat er vliegt, op een schichtige duif komt gestreken

– deze wiekt zijdelings weg, maar de havik, telkens weer stotend,

schiet en schiet op haar af met snerpende kreten: zijn

vraatzucht spoort hem tot grijpen – zo snelde toen ook Achilles naar voren,

vol van begeerte.

…..

II

…..

De troepen die afkomstig waren van de machtige citadel van Mykene … en hun honderd schepen, werden aangevoerd door koning Agamemnon, zoon van Atreus. Zijn leger was veruit het beste en het talrijkste. Hijzelf was een trotse kerel zoals hij daar voor zijn troepenmacht stond, met zijn schitterende bronzen wapenuitrusting: waarlijk de geweldigste van alle aanvoerders, zowel door zijn rang als door de omvang van zijn strijdmacht.



…..

…..
Marshalled together under their leaders, the Trojans advanced with cries and clamour, a clamour like birds, cranes in the sky, flying from winter’s storm and unending rain, flowing towards the streams of Ocean, bringing the clamour of death and destruction to Pygmy tribes, bringing evil and strife at the break of day. The Achaeans, however, breathing fury, firm in resolve to aid each other, came on in silence.

As when a Southerly veils the mountain-tops in mist, a mist the shepherds hate, where a man can see less than a stone’s throw ahead, but thieves hold it dearer than darkness, so thick clouds of dust rose under their feet as they sped over the plain.

And as they approached in their advance, godlike Paris stepped out from the Trojan ranks as their champion, a panther’s skin on his back, a sword and a bow slung over his shoulders; flourishing twin bronze-tipped spears he challenged the best of the Greeks to meet him, face to face, in single combat.

When Menelaus, beloved of Ares, saw him stride out from the host, he felt as the hungry lion does that finds the whole carcase of a wild goat, or an antlered stag, and tears it greedily, though nimble hounds and powerful huntsmen plague him: such was his pleasure when he saw godlike Paris,

…..

…..
Toen nu de legers zich, met hun leiders, daar hadden gerangschikt

Beide, toen trokken met roep en gekrijs de Trojanen te velde,

Evenals vogels. En juist zoals immers het schreeuwen van kranen

Klinkt voor de hemel, wanneer zij de winter en d'eindeloze buien

Vlieden. Al krijsende vliegen zij weg van Oceanos' stromen,

Om de Pygmeïsche mannetjes dood en noodlot te brengen;

Vroeg al vangen zij aan, wijl de gruwelijke Twist voor hen uitsnelt!

Zwijgend, maar snuivend van moed, zie! Trokken zij voorwaarts, de Grieken,

Diep in hun hart en vurig begerend elkander te steunen.

Zo als de zuidenwind langs de toppen een nevel doet dalen…

Vijand van herders, maar dieven nog meer dan de nacht trot een voordeel,

- zover gaat maar het zicht als iemand een rotsblok kan werpen

Zo dan gingen van onder hun voeten, terwijl zij marcheerden,

Vlagen van stofwolken op, en zij vorderden snel door de vlakte.

Dicht bij elkander waren zij reeds bij hun opmars genaderd.

Daar kwam de prachtige Paris als voorvechter van de Trojanen,

Droeg om zijn schouder een boog, gekromd, en het vel van de panter.

Ook nog een zwaard, en een dubbel stel lansen met koperen punten

Deze dan drillende, daagde hij al de aanzienlijke Grieken

Uit, om op leven en dood zich met hem in een tweekamp te meten.

Toen hem dan nu Menalaus, bij Ares bemind, voor de troepen

Uit zag komen gestapt met geweldige passen, toen was hij

Blij als een hongerige leeuw, die stoot op een machtig kadaver,

't Zij van een hert met een gewei, hetzij van een steenbok, een wilde,

Gulzig verslindt hij het kreng, ook al jagen hem op vlugge honden

Samen met krachtige mannen. Nu, zo blij was Menelaus,

Nu hij met eigen ogen de godlijke Paris zag naadren!

…..



VI

…..
Dear husband," said she, "your valour will bring you to destruction; think on your infant son, and on my hapless self who ere long shall be your widow- for the Achaeans will set upon you in a body and kill you. It would be better for me, should I lose you, to lie dead and buried, for I shall have nothing left to comfort me when you are gone, save only sorrow. I have neither father nor mother now. Achilles slew my father when he sacked Thebe the goodly city of the Cilicians. He slew him, but did not for very shame despoil him; when he had burned him in his wondrous armour, he raised a barrow over his ashes and the mountain nymphs, daughters of aegis-bearing Jove, planted a grove of elms about his tomb. I had seven brothers in my father's house, but on the same day they all went within the house of Hades. Achilles killed them as they were with their sheep and cattle. My mother- her who had been queen of all the land under Mt. Placus- he brought hither with the spoil, and freed her for a great sum, but the archer- queen Diana took her in the house of your father. Nay- Hector- you who to me are father, mother, brother, and dear husband- have mercy upon me; stay here upon this wall; make not your child fatherless, and your wife a widow; as for the host, place them near the fig-tree, where the city can be best scaled, and the wall is weakest. Thrice have the bravest of them come thither and assailed it, under the two Ajaxes, Idomeneus, the sons of Atreus, and the brave son of Tydeus, either of their own bidding, or because some soothsayer had told them.

…..
"

…..
Man toch, je moed wordt nog je ondergang. Heb je geen meelij met je weerloos kindje en met mij, ongelukkige, die weldra zonder jou zal zijn. Weldra doden de Achaïers je, terwijl ze allen op je losstormen. Voor mij zou het beter zijn onder de grond te liggen als ik jou kwijt ben. ’n Andere troost rest me niet, als jij de dood zult vinden, enkel verdriet. Ik heb geen vader en geen moeder meer.


…..





Zeven broers had ik thuis en allen zijn ze op één enkele dag naar de Hades gegaan…






Hector, dus ben jij mijn vader, mijn edele moeder, mijn broer en bovenal mijn stralende echtgenoot. Komaan, heb medelijden en blijf hier op de toren, maak je kind niet tot wees, je vrouw niet tot weduwe. Stel je volk op bij de vijgenboom, waar de stad vaak bestormd wordt en de muur het meest bloot staat.

…..


Hymn to Demeter

…..

(ll. 275-281)

When she had so said,

the goddess changed her stature and her looks,

thrusting old age away from her:

beauty spread round about her

and a lovely fragrance was wafted

from her sweet-smelling robes,

and from the divine body of the goddess

a light shone afar, while golden tresses

spread down over her shoulders,

so that the strong house was filled

with brightness as with lightning.

And so she went out from the palace.

…..










…..

En van haar schitterende kledij

Verspreidde zich een zoete geur, en licht

Scheen van haar godlijk schone huid

En op haar schouders golfde ’t gele haar;

Als lichtten bliksemstralen over ’t huis,

Zo was zij in glans gehuld.

…..

Vertaling : H.A. GUERBER



…..
Nor yet the pile, where dead Patroclus lies,

Smokes, nor as yet the sullen flames arise;

But, fast beside, Achilles stood in prayer,

Invoked the gods whose spirit moves the air,

And victims promised, and libations cast,

To gentle Zephyr and the Boreal blast:

He call’d the aerial powers, along the skies

To breathe, and whisper to the fires to rise.

The winged Iris heard the hero’s call,

And instant hasten’d to their airy hall,

Where in old Zephyr’s open courts on high,

Sat all the blustering brethren of the sky.
…..
(Alexander POPE)


…..
De brandstapel evenwel wilde geen vlam vatten. Toen bad Achilles tot de windgoden Boreas en Zefyros en beloofde hun schone offers als zij wilden komen en maken, dat de brandstapel vlam vatte en de lijken door het vuur verteerd werden. De bode der goden, Iris, hoorde zijn gebed en snel begaf zij zich naar het paleis van Zefyros, waar alle winden aan de maaltijd verzameld waren.
…..