Test
Download document

RAWIE, Jean-Pïerre


Bezit

Waar ik mijn hart aan heb verpand

in mijn verspild verleden,

het ging voorbij, het hield geen stand,

het is als zand vergleden.

Ik heb mij steeds het meest gehecht

aan sterfelijke zaken,

aan dingen die ik nimmer echt

tot mijn bezit kon maken.

Maar alles wat zo dierbaar was

dat ik het heb verloren,

is mij sinds ik het kwijt ben pas

voorgoed gaan toebehoren.


Interieur

In dit met boeken volgestouwd vertrek
Heb ik steeds minder anderen van node,
met al mijn aan de dood ontstegen doden
iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?
Het meeste is al eeuwen uit de mode.
Van wat ik deed, uit nood of om den brode,
rest enkel de grandeur van het echec.

Maar ook al bood het leven nog zoveel
Waar ik mijn tanden op heb stukgebeten,
éen regel, en de wereld raakt vergeten,

éen rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:
alleen achter mijn schrijftafel gezeten
heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.


Sterfbed

Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud,

voel ik de botten door zijn huid heen steken.

Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken

en is bij elke ademtocht benauwd.

Dus schud ik kussens en verschik de deken,

waar hij met krachteloze hand in klauwt;

ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,

en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.

Wij volgen één voor één hetzelfde pad,

en worden met dezelfde maat gemeten;

ik zie mijzelf nu bij zijn bed gezeten

zoals hij bij zijn eigen vader zat:

straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten

hoe machteloos ik hem heb liefgehad.


Park in Volterra

De herfst deed zich reeds vaag gevoelen.

Het was het einde van 't seizoen.

De zetbaas van het paviljoen

sjouwde met tafeltjes en stoelen.

Geremd door zuidelijk fatsoen

stonden ragazzi en fanciulle,

verachting veinzend, in de zwoele

namiddagzon verliefd te doen.

Wij dronken een glas wijn en zwegen.

Wij bleven met onszelf alleen,

tot er een oude man verscheen

die blaren op een hoop ging vegen.

- Als in een Franse film, zo één

waar ze elkaar tot slot niet kregen.


No Second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.

Zo'n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,
dat je, verdomd, in een gedicht
'de dingen van je af kunt schrijven' ?


Voorgoed

Dit is de herfst, dit zijn de mooiste maanden,
maar ze ontgaan ons zoals ieder jaar,
want wij zijn blinden in een wereld waar
het blijvende niet geldt, alleen het gaande.

Wij tastten in het duister naar elkaar,
een oogwenk dat wij ons onsterflijk waanden,
en zijn niet dan elkanders nabestaanden;
het bed is ons niet nader dan de baar.

Geen troost valt aan het najaar te ontlenen,
de bladeren verworden in de goot
en de gelieven zijn voorgoed verdwenen.

Wie weet is ons vergund pas metterdood,
door vreemde hemellichamen beschenen,
iets vast te houden wat ons niet verstoot.


Ritueel

Ik houd het kleine ritueel in ere,
opdat je elk moment terug kunt keren.

Iedere dag, wanneer het avond wordt,
maak ik de tafel klaar: een extra bord,

bestek, je eigen stoel, een kaars, een glas,
alsof je enkel opgehouden was.

Ik hoor (hoe kon ik denken dat hetgene
waardoor ik ben, voor altijd was verdwenen ?),

ik hoor, alsof de woning nog bestond,
het grind, de klink, het aanslaan van de hond,

en je komt binnen op het ogenblik
dat ik de lamp ontsteek, de bloemen schik.

Ik hoop alleen dat ik dan rustig blijf
en haast niet opziend van mijn stil bedrijf

de woorden vind, als was het vanzelfsprekend:
Schuif aan; tast toe: er is op je gerekend.


Opnieuw

Ik leerde omgaan met mijn paar gebreken,

en op een toon van montere tragiek

over ‘wat minder fijne motoriek’

en ‘matige coördinatie’ spreken.

Ik zie mezelf ook liever niet als ziek,

en zoek in alles steevast naar een teken

dat het wel gaat. Ik word niet raar bekeken

in stad of straat. Zo’n stok staat zelfs wel chic.

Ik poog mijn oude leven te hervinden,

al is de grootste helft allang voorbij

en zou ik mij aan niets meer moeten binden.

Maar zonder oog voor het verlopen tij

Tast ik nog steeds halsstarrig in den blinde.

Hoe wankel ik ook sta. Ik handhaaf mij.


Toen je vanochtend tegen zessen

Toen je vanochtend tegen zessen

terugmoest naar je 'echtgenoot',

nam ik je lege glas en goot

het vol met wat in lege flessen

aan droes en drab nog overschoot.

Maar ach, mijn lieflijke maîtresse,

zo is de nadorst niet te lessen

van wat je mij te proeven bood.

Zo'n kort genot telt soms het meest;

wij waren slechts éen nacht gelieven

(het is niet alle dagen feest).

Doch ik verklaar hier ten gerieve

van elke druiloor die dit leest:

het is een Gouden Nacht geweest.


Uitvaart

Zo'n tien jaar terug voor haar gevallen;

het duurde maar een maand of drie.

Toen kwamen drank en jaloezie

en achterklap de boel vergallen.

Op zich geen grond voor nostalgie

- zo ging het vroeg of laat met allen -

maar het is vreemd nu ik de smalle

doodkist in deze aula zie.

Iets wat ik nooit geheel aanvaardde

blijkt plotseling ontstellend echt:

Dat ook door mij beminde vrouwen

verdwijnen in de natte aarde,

de handen op de borst gevouwen,

de voeten naast elkaar gelegd.


Wij die elkaar tot bloedens toe

Wij die elkaar tot bloedens toe

op alle zwakke plekken kwetsen,

wij beiden zijn ten langen leste

de onbesliste vete moe.

Het laatste licht faalt in het westen,

mijn lieve vijandin, zie hoe

ik mij van wapentuig ontdoe;

dit is uiteindelijk het beste.

Het heeft alleen zo lang geduurd:

de bitterheid waarmee wij streden

heeft voor ons alletwee voorgoed

zowel de toekomst als het heden

volledig in de war gestuurd. -

Zeg nu maar hoe het verder moet.


Advent


In deze laatste week van de advent

zou het moeten gaan sneeuwen: ieder jaar

zijn het dezelfde dingen waar je naar

verlangt. Dus sneeuwt het niet; maar alles went.


Je steekt de kaarsen aan op het dressoir,

en denkt aan alle doden die je kent.

Terwijl je wacht op een gemist moment

schuiven de dagen naadloos in elkaar.


Je poogt je tegen beter weten in

iets te herinneren wat er niet was,

omdat wat weg is diepte heeft en zin.


Je draait muziek, drinkt thee, je leest een boek

dat je ook lang geleden al eens las.

Maar alles is onachterhaalbaar zoek.