Test
Download document

VAN WILDERODE, Anton



Lied van mijn land


Lied van mijn land 'k zal U altijd horen
Uit alle dalen der herinnering,
Over de heuv'len van ruisend koren
En de rivier in haar steigering.

Lied van mijn land 'k zal U altijd horen
Uit alle dorpen in de deemstering,
En uit de warmte der huizen rond de toren
Onder de huif van de zomerwind.

Lied van mijn land 'k zal U altijd horen
Lied van verlangen en vertedering,
Dat met de kind'ren altijd herboren,
Zacht met de doden tot zaad verzinkt.

Liefelijk land, in de bruisende horen
Hoor ik U Vlaand'ren en zing en zing.
Liefelijk land, in de bruisende horen
Hoor ik U Vlaand'ren en zing en zing.



Het land van amen


De bomen in gebed boven de aarde

met ingetogen takken en gebaren

zonder uitbundigheid, woorden van blaren

tegen de lucht gezegd, innig bewaarde

gevoelens van verknochtheid in de wortels.

Door wind gevormd en zijdelings bewogen

de kruinen en de toppen in den hoge.


Het gras geknield. En in de tijd der tortels

wanneer de jagers door de weide waden

alom ontroerend roepen om genade.


Een vreemdeling

Ik ben hier vreemd. Zal nooit of nimmer wennen

aan leven langs de weg, in openlucht

wonen, bewegen. Ik wil steeds terug

naar mijn koel land van canada’s en dennen.


Een binnenhuis, het haardvuur in de avond,

foto’s en schilderijen aan de wand,

brieven en boeken, altijd bij de hand,

van alle vrienden die ik zag begraven.


Ik wil bruin akkerland zien en de beemd

melkwit van sneeuw of room van madelieven,

de nacht tegen de deur aan: ik ben liever

thuis in mijn eigen land. Ik ben hier vreemd.