WAGTER, Leontine
De achtergeblevennoorderling
zijn blik gleed langs zijn horizon
hij speurde spelt en koolzaad af
en zag de plek waar nog zijn donshaar lag
hij rook de nestgeur van zijn graf
en wist waar zijn cyclus ooit begon
zijn leven in een oogopslag
Sage
ik spreek je naam uit
in jouw eigen taal
die je voormoeders al wiegend zongen
toen zij tussen twee stromen
hun plaggenhutten vlochten
op de kale hoge zandrug
ik bezing je naam
op de bruidsklompen
die je voorvaders bewerkten
van de takken van de wilgen
van de kale hoge zandrug
ik noem je naam
in een sage
aan de kleine kinderen
op de zandrug
jouw naam, mijn lieveling
jouw naam
Van de wederwaardigheden van Annechiena en de schippers van de Lage en tevens Hoge der Aa
…..
Sterren aan de hemel
op een nacht waarin het vroor
beneden alle behaaglijke waarden
sloop de jonge Annechien
uit het stille ouderlijk huis.
vluchtig over kinderkopjes
over versgebakken klinkers
heimelijk naar de Lage der Aa
waar het schip van haar liefste lag
ze trof hem vol van verwachting aan
dromend aan de kade der Aa
haar scheepsjong met onpeilbare ogen
waarin stralend zij zich zag staan
ze gingen samen uit wandelen
langs het donkere glinsterende water
van de thans verstilde haven
zij spraken bij Venus en de maan
over sterren planeten de maandag
uit de voltooid verleden tijd
tot in het heden en wat gaat komen
als immer door geliefden besproken
toen er flakkerende sterren vielen
en zij elkander dieper zagen
in de ogen sprankelend
stond de tijd voor stonden stil
Annechien zag daar een teken in
In de flonkerende valelnde sterren
Jacobus blies zijna dem uit
zijn laatste voor dit sterrenspan.
…..
Leven van alledag
…..
maar de meeuwen en de kraaien
op de kaden, op de straten
ruimen resten van verloren
half vergane etenswaren
jonge knapen losten kolen
zware zakken op de rug
heen en weer en heen en weer
uit de ruimen naar de wal toe
noeste arbeid, lange dagen
alle kinderen werkten mee
het dansen, zingen uitgesteld
des avonds was men uitgeteld.
Een ander leven
…..
Op een dag toen Annechiena
met wat siepels van de singel
aankwam aan de havenkant
was de aak uit zicht verdwenen
Haar getrouwe schippersman
bleek alleen zijn uitgevaren
‘van de haven naar het kanaal’
gaf een schippersvrouw aan.
reizigers over land en water
binden zich zelden aan één
plaats of mens, daar waar men leeft
het is zo altijd al geweest