VAN ISTENDAEL, Geert




Veeartsenij (in “Vlamingen in de Brusselse smeltkroes”, interview Joost Ballegeer)

…..
Het laatste grote taalprobleem in Brussel doet zich voor in de ziekenhuizen. Want de Franstaligen zijn zo onverschillig dat ze het niet zien. De psychiaters en de geneesheren hebben evenwel geen excuses. Iemand die zeven jaar of langer kan studeren en zeer moeilijke materies onder de knie kan krijgen, heeft geen enkel excuus om geen Nederlands te kennen. Die zaak maakt mij zeer boos. Ik begrijp echt niet waarom de Vlaamse politici niet harder op tafel slaan in dit dossier. In het universitair ziekenhuis Erasme bijvoorbeeld, dat een groot deel van het Pajottenland bestrijkt, is dat een zwaar probleem. Dat noem ik ‘veeartsenij’. Een koe kan niet zeggen waar het pijn doet. Maar ik noem deze hooggeschoolde en hoogbetaalde dokters in OCMW-ziekenhuizen ‘de mauvaise foi’ en met een moreel probleem vermits de zwakken nog zwakker gemaakt worden!

…..


Het masker van de dwang

…..
Het opmerkelijke is dat ik pas achteraf, toen ik de kring verbrak, toen ik met andere woorden mijn geloof verzaakte, bij machte was om in te zien hoe strak mijn omgeving benauwde en dwong. Zolang ik binnen de heilige kring bleef, dácht ik dat ik vrij was. Ik was het tegendeel van vrij. Ik zat stevig ingesnoerd in het verstikkende keurslijf van een sombere leer die zichzelf als heilsleer verkocht, maar ik kon de snoeren en de boeien niet zien – ik wilde ze vooral niet zien. Had iemand me erop gewezen, ik zou die bevrijdende boodschap verontwaardigd van de hand hebben gewezen. Woedend zelfs.

…..
Als ik dus jonge islamitische vrouwen hoor zeggen dat ze in volle vrijheid ervoor kiezen om de sluier te dragen, dan weet ik niet of ik in vreugdeloos geschater moet uitbarsten dan wel het vergrijsde hoofd moet schudden. Mijn god, ik herken het zo goed. Dat stijfkoppige ontkennen van de dwang. Die tomeloze verontwaardiging als iemand anders de dwang pijnlijk nauwkeurig aanwijst en zichtbaar maakt. Die illusie van vrijheid. Dat zelfbedrog. Dat door en door vals bewustzijn.

…..


Mijn Nederland

….
Een paar eeuwen later muteerde de Nederlandse verdraagzaamheid tot verzuiling. Je had je eigen kerk, je eigen school, je eigen universiteit, je eigen vakverbond, je eigen partij, je eigen zangkoor, je eigen zomerkamp, je eigen bakker en je eigen sigaren.
Niet eens één eeuw later muteerde de netjes verkavelde verdraagzaamheid tot algemeen wildplassen; vanuit het buitenland bekeken de doorgaans welingelichte waarnemers met stijgend onbegrijp de hasjdampen die uit de ramen van statige grachtenpanden omhoogkronkelden en de lange haren die van onder de helmen van de Nederlandse dienstplichtigen omlaagkronkelden. Wat zij niet zagen en nog veel minder hoorden, om de goede reden dat de meesten van hen geen woord Nederlands kenden, was de steeds wijder opengesperde brutale bek. Na provo en de bezetting van het Maagdenhuis heeft Nederland de brutale bek geïnstitutionaliseerd. Tussen de brutale bek en het vrije woord werd een gelijkheidsteken geplaatst. Aangezien het vrije woord in een democratie inderdaad onaantastbaar is, kon het grofste van het grove niet alleen bon ton worden, maar, we zijn in Nederland, vrienden, grofheid werd dus ook nog eens plicht.

Waarom plicht? In protestants Nederland moet en zal alles worden uitgepraat. Alles. De calvinisten zijn de nudisten van het woord.

…..
Een afgelegen eiland, waar de inboorlingen zich te buiten gaan aan raadselachtige rituelen als daar zijn het achternahollen van modegrillen, het splitsen van kerkgenootschappen en het weghakken van uitsteeksels boven het maaiveld.

…..