Test
Download document

MARTIALIS


Epigrammen II -18


Ik hengel bij jou, Maximus, naar een uitnodiging voor een avondmaal. Ik geneer me er wel voor, maar ik doe het toch. Jij vist echter bij een ander naar een uitnodiging voor een avondmaal. We zijn dus gelijken! 's Ochtends vroeg kom ik naar jouw huis om je de ochtendgroet te brengen. Er wordt me gezegd dat jij allang op weg bent om elders zelf de ochtendgroet te brengen. We zijn dus gelijken! Ik vergezel jou op straat, ik doe de massa plaats maken voor jou. Jij vergezelt echter een ander. We zijn dus gelijken! Maar ik heb er schoon genoeg van, Maximus, het vijfde wiel aan de wagen te spelen. Ik vind dat een patronus patronus moet blijven en geen cliënt mag worden.



Epigrammen II -57


Die man daar, die je met trage, besluiteloze stappen ziet lopen, in purperen gewaad gekleed; voor wie de wandelaars in de Saepta eerbiedig wijken; die eleganter gekleed is dan om het even wie in Rome; die op de voet gevolgd wordt door een troep cliënten en door langharige slaven; die onlangs een nieuwe matras en nieuwe gordijnen voor zijn draagstoel heeft gekocht; welnu, die man heeft zopas, om vanavond te kunnen eten, bij pandjesbaas Cladus zijn ring verpand voor een habbekrats.




XXVI. To Candidus


Alone you possess your farms, Candidus, alone your cash;

alone your golden and murrhine vessels;

alone your Massic wine,

alone your Caecuban of Opimius' year;

alone your heart,

alone your wit;

alone you possess all your property;

(do you think I wish to deny it?)

but your wife, Candidus,

you share with all the world .



Aan Candidus

Candidus, jij hebt landgoederen voor jou alleen

en geld voor jou alleen

jij hebt gouden schalen alleen

en jij hebt een gouden servies alleen

je hebt Massische wijnen alleen

en Caecubische wijnen uit het jaar van Opimius alleen

jij hebt je hart alleen

en alleen je talent.

Alles heb je voor jou alleen

- stel je voor dat ik dit wil ontkennen

maar je vrouw, Candidus, heb je met het volk!





….
Arm ben ik steeds geweest, dat wil ik wel bekennen,
Maar heel de wereld leest mijn werk: dat is óók iets!
Gij bulkt van 't geld, fokt paarden voor de rennen,
Maar verder zijt gij, vriend, toch eigenlijk maar niets.
Zo zijn wij beiden. Wat ik ben kunt gij niet wezen,
Maar wat gij zijt, dàt kan gemaklijk ieder zijn.

…..


1.1

Here is the one you read and ask for:

Martial, known the world around

for witty books of epigrams,

whom you, devoted reader, crowned

with fame—while he has life and breath—

such as few poets get in death.


3.53


I would not miss your face,

your neck, your hands, your limbs,

your bosom and certain other of your charms,

Indeed, not to become boring by naming them all,

I could do without you, Chloe, altogether.


12.34

The summers, Julius, that we’ve shared,

if I recall, were thirty-four.

Their sweets were mixed with bitters, yet

still the delightful times were more.

If pebbles marking good and bad

were piled in two heaps, here and there,

the white ones would surpass the black.

To shield your heart from biting care

and shun some kinds of bitterness,

don’t grow too close to any friend:

your joy and grief will both be less



////////////////////////////////////////


Cesar, if you happen to light upon my little books,

put aside the frown that rules the world.

Even the triumphs of emperors are wont to

tolerate jests

and a warlord is not ashamed to be matter

for a quip.

Read my verses, I beg, with the expression

with which

you watch Thymele and jesting Latinus.

A censor can permit harmless jollity.

My page is wanton, but my life is virtuous.