VAN OORD, Lodewijk
Niemand is van hier
Er komt een Hollander binnen. Zo een die zijn best doet geen Hollander te zijn. Heerlijk valt hij door de mand.
…..
Onrustig kijkt hij om zich heen. Hij houdt zijn hoofd voorovergebogen. Alsof hem is verboden de andere mensen aan te kijken.
…..
Ik weet wie deze man is. Ik heb hem op het journaal gezien. Wat gek dat hij hier verschijnt. Volgens het journaalbericht moet deze kerel in de bak zitten. Miljoenen heeft hij weggesluisd naar maffiose eilanden. Voor zijn cliënten, maar ook voor zichzelf. Verbazingwekkend dat hij hier is. Fliers van Deventer.
…..
We delen de lakens vanwege de macht, het ideaal manifesteert zich op gewelddadige wijze. Dominantie. Macht. Onderwerping. De mens op zijn armzaligst. Expansie. Invloed. Controle. De mens op zijn allermenst.
…..