DE JONG, Rogier



Dedain


Dedain is eigenlijk ook

een tweedehandsjas. Een

pronkstuk dat je hebt


buitgemaakt op een ander.

Met je gestifte lippen en

je vooropgezette hermelijn,


de zinnen die je in kringetjes

uitblaast nadat je een

achilleshiel hebt ontwaard


veer je op ten koste van

iemand anders. Zonder prooi

sta je diep je in je hemd.


Hoe aandoenlijk je

bent zonder trofee

onder je magere hals.



Wie was het?


Was het een rieten

zoldering? Of was

het een hooiberg?


Lag ik gevloerd of lag ik

op jou? Was ik de missionaris

of was ik novice?


Tenzij jouw wangen gloeiden van

opwinding zag ik mijn schaamte

weerspiegeld in jouw gezicht.


Tenzij mijn zaad terugvloeide uit

jouw schoot zag ik mijn zelfverwijt

zich een weg banen naar buiten.


Of was het de kater die met het

lege fust wegliep omdat er een

sater vaardig was over hem die


zijn baldadige speer hooghield?

Wie van ons was het?

Wie leende zijn naam?