MANGEL SCHOTS, Peter
IV
In je slaap rol je de wereld op
tot een bal van laken in de kooi van je vingers
terwijl je met afgemeten hartslagen je dromen temt
–
De nacht speelt origami met ons beddengoed
’s morgens liggen we tussen zeilbootjes en kraanvogels
dan vindt met dwalende vingers
huid haar weg
zingt ons bloed met de eerste mereljongen van de dag
–
Jij weekt me los van oude bestemmingen
als de postzegel van een brief die te lang onderweg is geweest
je raakt me
met de wijsheid van gebaren en laat me
alle schakeringen van de ochtend voelen
schemerlicht een aflandige bries appelmoes ragfijne warmte
–
Hoe wonderlijk
je lichaam na het koesteren
zijn dagelijkse functionaliteit herneemt
een yoghurtpotje opent
fruitsla snijdt
heupwiegt
de toenemende ruis van buiten met een zomerjurkje
dempt