VAN THIELEN, Marijke
Zij nam het vlees
…..
Zet twintig ratten in een te kleine kooi en ze vreten elkaar op. Zet vijfhonderd Nederlanders op een verlaten cruiseschip, en ze slaan elkaar de schedel in voor het laatste chocoladebroodje, nog voor het derde ontbijtbuffet. Tijdens de coronapandemie werd er in de supermarkt gevochten om toiletpapier. Volwassen mannen trokken voordeelverpakkingen uit elkaars karretje. De minister-president moest via de televisie oproepen om géén toiletpapier te hamsteren.
Volgens Schopenhauer gaat er in ieders hart een wild dier schuil, dat enkel op zijn kans ligt te wachten om te kunnen razen en tieren, omdat het de anderen graag pijn wil doen en hen zelfs met plezier zou vernietigen, als ze hem iets in de weg zouden leggen.
De meeste mensen zullen zeggen dat de meeste mensen deugen. Die overtuiging houdt stand zolang er handhaving is, en voldoende ruimte. Maar zodra de mens opgenomen wordt in een massa zonder externe norm, hervalt hij in zijn wilde roedelvorm. En de roedel wordt met geweld verdedigd.
…..
Over begeerte, ellende en bevrediging
…..
Niet genot, maar de afwezigheid van pijn streeft de verstandige mens na,” beweerde Aristoteles in Ethica Nicomachea. Hij trapt hier een open deur in: we zijn immers allemaal ervaringsdeskundigen, die weten dat geen mens gekweld door een zware buikgriep nog grijpt naar een lekkernij, hoezeer verleidelijk die anders ook kan zijn. De “verstandige mens” weet namelijk dat in een toestand van pijn, de jacht naar genot zinloos is. Uiteraard willen we ons kwetsbare lichaam en onze wellicht nog kwetsbaardere geest zoveel als mogelijk van pijn besparen. Maar wat begeren we zodra we ons in een “neutrale toestand” bevinden? Een toestand waarin we vrij zijn van mentaal of fysiek leed, waarin er geen storende pijnprikkels aanwezig zijn. Zodra onze basisbehoeften vervuld zijn, het werk van de dag erop zit en we ons behaaglijk en warm in een veilige omgeving bevinden, wat kunnen we dan verlangen? Hebben we toegang tot onze diepste (of banaalste) smarten? Hoe kunnen we überhaupt weten wat we wensen? En, áls we al inzicht kunnen verkrijgen in wat we begeren, moeten we dan actief aan de slag met het najagen van onze diepste verlangens? Wat als we onze verlangens nooit kunnen waarmaken? Of nog erger: wat gebeurt er wanneer onze hunkering ingelost wordt? Ontwaken we dan uit de natte droom van onze begeerte in een kleurloos bestaan, koud en saai zoals de kantooromgeving van een federaal vast benoemd ambtenaar?
…..