Download document
ROBBEN, Jaap
Zullen we een bos beginnen ?
Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.
Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt
of in de middagzon
samen zwijgen.
En als ze 's avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.
Meneer
Oma kent mijn naam niet meer
vroeger spiekte ze nog
op het briefje
naast haar telefoon
verwisselde mij met mijn
vader, broer of oom.
Maar als ik nu
haar kamer binnenkom
met de klink nog
in de hand
zegt ze “Dag….
meneer.”
Oma kent
mijn naam niet meer
Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.
Ik kan geen truc
die niemand kent.
In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.
Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.
Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
.
You may also like … amp; DE BIE, Wim Zoek Jezelf Allemaal op weg naar niets, doen we zus of zomaar iets Soms net echt, maar meestal kitsch, want wie speelt er nog zichzelf Weet je nog wanneer dat was, toen je nog geen ander was Niet in harnas achter glas, maar je eigenlijke zelf. Zoek jezelf broeders … ― Kees & Wim VAN KOOTEN & DE BIE Continue reading › Morgen Morgen zal je weer bij me zijn, morgen als de papaya ritselig zingt, morgen, als paarse hanen de zon toekraaien, morgen, als ik er niet meer ben? Morgen! wat al niet ligt er in één woord verscholen, wat nauwe straten, waarin wij moeten dolen, wat een jammeren van te voren … ― Charles CORSEN Continue reading › Niet langer dan mijn ogen... Niet langer dan mijn ogen sterf ik, weet je. Ik heb de stad gezien, het water en de wegen en in zoveel zand van vragen en begeerte schorpioenen onder de hiel gezet, geknield met open vingers, met een prisma in de ogen. Ik heb het zand tot glas gebrand … ― Bea DE LONGIE Continue reading › Fes Hij doet met koranverzen alsof de eeuwigheid al uitgevonden is. Alsof de zeven hoofd- en nevenzonden volstaan om bakens uit te zetten. Hij ciseleert in cederhout een oud patroon van paradijs en pauwenveren dat aan te leren is, en van kindsbeen af versleten neerhurkt in moskeeën … ― Hilde KETELEER Continue reading › Als onze ziel niet zong Als onze ziél niet zong, En vreugdedansen sprong, Zouden dan wel de vógels zingen, De bronnen uit de rotsen springen, En had de storm een tong? Als onze hoop haar schat Niet rustloos zocht, en bad, Zou dan de boom zijn bloei en twijgen Zó innig … ― Aart VAN DER LEEUW Continue reading ›