Download document
ROBBEN, Jaap
Zullen we een bos beginnen ?
Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.
Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt
of in de middagzon
samen zwijgen.
En als ze 's avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.
Meneer
Oma kent mijn naam niet meer
vroeger spiekte ze nog
op het briefje
naast haar telefoon
verwisselde mij met mijn
vader, broer of oom.
Maar als ik nu
haar kamer binnenkom
met de klink nog
in de hand
zegt ze “Dag….
meneer.”
Oma kent
mijn naam niet meer
Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.
Ik kan geen truc
die niemand kent.
In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.
Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.
Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
.
You may also like … De vogels De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven een winterbrief aan de mensen in de straten. Cirkelend op het witte blad van de hemel zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen. Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens. De taal der vogels is vol gevleugelde woorden … ― Bert VOETEN Continue reading › nu ze iets van dood in hem voelt komen & de spieren in haar onderbuik onwillig worden nu heeft ze zichzelf met geld & goed verkaveld aan kinderen die het pand bezetten die oorlog spelen om de grootste buit & strootje trekken om wie haar straks moet deporteren naar één … ― Miel VANSTREELS Continue reading › (BOS, Tom) & BOS, Mirjam Margrietje Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien Ook al zie je mij niet meer Door je tranen heen zul jij weer lachen Net zoals die laatste keer En al denk je 'dat komt nooit meer' Dat komt nooit, nooit meer terug Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien … ― Toon & Mirjam GISPEN & BOS Continue reading › Ommegang ….. 't was of ik een kind was in zee en of de stroom mij greep en meevoerde onder water: 't water leek me samen te persen, ik was bang om te stikken; maar er gloorde licht in de verte, ik werd door een golf het strand opgeworpen, deed mijn ogen moeizaam, knipperend open … ― Peter VERSTEGEN Continue reading › Lichtstad met uw paarlen poorten Lichtstad met uw paarlen poorten Wond're stad zo hoog gebouwd Nimmer heeft men op deez' aarde Ooit uw heerlijkheid aanschouwd Daar zal ik mijn Heer ontmoeten Luist'ren naar zijn liefdesstem Daar geen rouw meer en geen tranen In het nieuw Jeruzalem … ― Johannes DE HEER Continue reading ›