ROEMER, Astrid


ik wacht


ik wacht

bij de surinamerivier

waar lucht en licht

in water hangen

zee en rivier elkaar ontvangen

eb en vloed

golven van verlangen


ik wacht

adem met deining van troost

water zucht

over mijn gezicht

waarheid van zijn

tussen lucht en mij


ik wacht

afval aan oever met mij

sputum wordt golf

golf wordt rimpel

rimpel mijn gezicht


ik wacht

regen wordt rivier

zij overspoelt mij

zie zon noch sterren

heb geen gezicht


ik wacht

water verlaat mij

rivier trekt weg

poel van aarde staart

mij aan

waar ben je


///////////////////////////////////////


met mijn hete tropenkop

dacht ik winter houd toch op

altijd gore grijze luchten

wind die langs mij heen blijft zuchten

regen die maar neer blijft plensen

open plassen dichte mensen

maar opeens zie ik de lente

lammeren, muggen, vlinders melden

dat de zomer aan komt lopen

met wit zonlicht: hopen-hopen-hopen-hopen



Roodverschuiving II.


Zoals vetganzen doen wil ik

jou zoenen

en vasthouden bij donker alsof ik

een rivierotter ben

bij daglicht jou aflikken als mijn enigste

kitten mijn babypoes en kroelen

tot je giert

tranen langs mijn wangen bang

als een krokodil

om jou gulzig kapot te bijten

op te vreten tot ik helemaal bevredigd ben

onzichtbaar drijf weggedoken voor anderen die jou

ook mij rauw lusten

het duurt langer denk ik om te doen als een vogeluil

zodat ik geruisloos volg elke beweging die je maakt


uiteindelijk wil ik iets menselijks

met je

wil jij ook?

Ja!



Mijn mond is moe

moe is mijn mond

van spreken

zinvolle woorden om

anderen te bereiken

mijn mond is moe

van pogen

pogen hen weer te begrijpen

neen

ze willen niet kussen

die lippen van mij zijn

moe

voor anderen zinvol

te zijn


Noordzeeblues

wij liggen verankerd - mijn moeder

mijn voet is zeewaardig en

de bruggen staan open en

de zeilen staan bol

wij zijn niet afgedreven - geen ogenblik

gehavend zijn wij

wend niet het gezicht af - mijn moeder

ook ik ben stukgewaaid maar

afstand krimpt en er is geen ruimte zonder

jou