DE BUCK, Walter



Ik zou zo gere willen leven


'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder haat,

zonder macht en zonder streven,

waar dat 't al vanzelf gaat.

'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder pijn,

waar iedereen het al kan geven,

en het geestig is te zijn.


'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder geld,

dat je niet van schrik moet beven

voor een oorlog en geweld

'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder doel,

waar gerekend wordt met schreefkes,

geen bankiers en geen boel


'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder werk,

waar alles gaat al spelend,

dat je 't werken niet en merkt.

'k Zou zo gere willen leven

in een wereld zonder schrik,

hoe dat zou zijn, 't is om ’t even,

zeker beter, dat weet ik.


'k Zou zo gere gelijk de bomen

staan met wortels in de grond;

en mijn takken naar omhoge

en geen woord in mijne mond

'k Zou zo gere kunnen vliegen

gelijk een vogel in de lucht,

zachtjes op de wolken wiegen;

geen lawijt, zelfs gene zucht


'k Zou zo gere, 'k zou zo gere,

'k zou van alles willen doen,

schone luchtkastelen bouwen

en dan slapen tot de noen.

'k Zou zo vele willen geven

voor een wereld met veel groen,

waar nog vogels kunnen leven

en mijn liedjes niet vandoen.



’t Vliegerke


Ik ben niet al te zot van 't spel

Maar 'k vange gere mussen

En marblen en toppen kan ik wel

Maar daarin ben ik niet fel

'k Zie tegenwoordig overal

En ook al in mijn straatje

Jongens schoppen op een bal

Maar 'k spele 't liefst van al


Met mijne vlieger

En zijne steert

Hij gaat omhoge

't Is 't ziene weerd

'k Geve maar klauwe

Op mijn gemak

'k Heb nog drij bollekes

In mijne zak


Mietje van de koolmarchand

Een meiske uit mijn straatje

Keurde mijne cerf-volant

En z' had er 't handje van

Want zo rap alsof de wind

Was z' aan 't spelen met mijn klauwe

En ze riep 't is 't spelen weerd

Want hij heeft een goeie steert


Ja, mijne vlieger

…..

Tsjeef liet zijne vlieger op

Van 't soepe, 't soepe, 't soepe

Maar hij stuikt op zijne kop

En muilen dat hij trok

Zijn spankoorde was veel te kort

En met zijn 't sietse klauwe

En daarbij was zijne steert

Geen chique toebak weerd


Maar mijne vlieger

…..

Laatst op het Sint-Denijsplein

Mijne vlieger was aan 't zweven

D'er kwam een wijf, een groot venijn

En ze zei 'dat mag niet zijn'

Hij hangt te veel in mijne weg

Ze begon er aan te sleuren

En op een twee drij pardaf

De koorde schoot er af


Hij was gaan vliegen

Al met de wind

'k Stonde te schreien

'k Was maar een kind

Mijne bol klauwe

Die ging een gang

Dat zal 'k onthouwe

Mijn leven lang