Download document

VAN HAUWERMEIRE, Rita



Memento


De dag is zwaar als lisdodden.

We rusten in de rietkraag.


De lucht hangt als een donker deken

boven de bedding. Schoorvoetend

wandelt heimwee over de uitgeklede aarde.


De zon legt een schijn van terug-

keer over de rivier.


Wordt dit een dag van droefheid en

verdwaalde dromen ?


Ach, laten we lichter worden, troost

in onze armen sluiten en blijven


oefenen in gemis

buigzaam als het riet.



Dichter bij Hendrickje


Terwijl je zwijgend in de houten tobbe roert,

mijn hemd bewerkt met zeep en borsteltaal

schets ik jouw lijnen in een nieuw verhaal.


Je daagt me uit. Het roert in mij. In dit

duister van zinnen schijnt een ondraaglijk

licht – ik wil je dicht


bij mij. Niet langer dan het wasgoed houd jij

me aan de lijn. Ik strijk je neer op het canvas

van mijn zijn. Met elke losse lik kom ik wat


dichter bij het licht. Je tilt me op uit duisternis.

Terwijl ik jou in doeken leg, voorzichtig streel met

goudpenseel was jij de leegte uit mijn blik.


Elk kind dat mij ontvallen is kijkt mij weer aan.


Met dit penseel vang ik dan gretig

jouw gevulde lippen en je donker haar.

Een helder licht is nu op ons gericht.


In deze warme armen blijf ik gaarne hangen.

Met elke zoete traan wordt weer een wond gedicht.

En als ik later sterven moet – heel desolaat –


kom dan en streel mijn witgewassen vingers

mijn goud geworden haar.