Test
Download document

MUSSCHE, Achilles


Verlaten Leda

Onder zijn donzen aandrang zonk ik achterover,
tussen zijn sneeuwen vleugels zwevend meegevoerd
in zulk een tederheid, dat onder `t donker lover
ik hem verrukt herken: Zeus heeft mij aangeroerd.

Hoe heb ik, sedert, hier in heimwee neergelegen;
keert gij dan nooit meer weer, mijn witte wufte zwaan?
Hij zwiert en zwerft in avonturen allerwegen,
slechts in een speelse vlucht greep hij mij even aan.

Maar onvergetelijk. Wie door Olympiërshand
ééns werd geraakt, kan van de goden nooit genezen;
zelfs in mijn eigen paleis sta ik vervreemd aan de kant.

En toch als in een glorie. Waar of hij heen mag wezen,
hij lag hier aan mijn mond, ik heb hem niet verloren
en leef in zijn geheim, voor altijd uitverkoren.


Arm en bevrijd

O arme roes van zon en rozen

waaraan mijn hart zich heeft vervoerd,

wat blijft er nu van ’t grandiose,

dat in zijn jeugd een mens ontvoert?

Eens neemt een wanhoop alle dromen

wild van ons weg en laat ons naakt

en eenzaam weer in ’t leven komen,

als door een huiv’ring aangeraakt;

Zonder verrukken, zonder verblinden:

een arme man, zo vreemd bevrijd

van alle liefden die ons binden,

en toch tot alles weer bereid.