VAN DER WAAL, Henk



(De windsels van de sfinx)


Als ik daar in volledige verstrooiing

lig, in onmin met het karmozijnrood geuren van

de dingen, en voel hoe een vale mist verdeeldheid

zaait onder mijn ultiemste huiveringen en hoe

een hand vol stenen mijn verleden schrapt

tot ik uur na uur er nooit

geweest zal zijn,


laat dan je blanke buik een poging wagen

mij als Osiris uit de tweespalt terug te dragen

door de taal te spreken van ons geheim en minzaam

alfabet, hoezeer mijn lendenen het zaad ook

zullen weigeren en het bewaarheid wordt

dat ik alleen als schim

een god kan zijn.



cirkel


Als het laat is, als de tijd zich
kromt in de schemer, als de
mist de velden bestookt met witte
wijven en de rimpels van het
land langzaam vollopen met een
zilverpapieren zwaarte, trekt de
taal zich terug in zijn doofstomme


cirkel


je speelt nog de troefkaart van
uitstel en lust, vlucht nog in tennis
en voetbal, maar eigenlijk draai je
al rond in de jubel van het totale af
laten weten: kijk maar hoe jij je kijkt
en hoe je al kijken verhevigd raakt
in de staar van je zuiverste droom