MARTENS, Wifried
De memoires
…..
Hoewel De Bondt niet betrokken was bij de onderhandelingen in het Egmontpaleis, droeg ik hem nadien voor om als staatssecretaris het pact uit te voeren. Ik wilde met hem iemand inschakelen die niet alleen Vlaamsgezind was, maar ook was doordrongen van de federale gedachte. De Bondt was licentiaat in de economie, maar stond bekend als een allround politicus: hij was werkelijk in alle materies thuis. Op het eerste gezicht was hij dus de geknipte man om de staatshervorming inhoudelijk alsook technisch voor te bereiden.
Naarmate de regeringswerkzaamheden vorderden, zorgde hij echter herhaaldelijk voor ernstige moeilijkheden door bij de uitvoering van het pact uitdrukkelijk Vlaamse standpunten te verdedigen. Zo wilde hij voortdurend morrelen aan het inschrijvingsrecht voor de Franstaligen. De Bondt verdedigde ook het recht voor de Vlaamse instellingen om Brussel als Vlaamse hoofdstad en vergaderplaats te kiezen. Zijn dissidenties in de regering ergerden de Franstaligen zodanig dat heel wat stemmen opgingen om hem te ontslaan. Van zichzelf meende De Bondt dat hij het bij het rechte eind had. Op een bepaald moment vroeg hij zelfs een audiëntie aanbij de koning. Daar verklaarde hij geen ‘dwarsligger’ te zijn, zoals sommigen hem kwalificeerden, maar integendeel ‘de behoeder van het pact’, en dat zijn enige betrachting erin bestond de vage Egmontbeginselen om te zetten in verdedigbare teksten.
De Bondt had niet het karakter van iemand die water in zijn wijn doet wanneer dat met het oog op het eindresultaat is vereist. Door telkens op de hiaten in het pact te wijzen, ondermijnde hij het mettertijd. Misschien besefte hij dit zelf niet echt. Deze bemerking doet evenwel geen afbreuk aan het feit dat zijn inzet ongetwijfeld groot en oprecht was. Maar zijn perfectionistische ingesteldheid belette hem zijn opdracht tot een goed einde te brengen. De Egmontperikelen betekenden voor hem het einde van zijn ministeriële carrière.
…..