VAN DE MERWE, Jaap



Mijn vaders graf


Mijn vaders graf dat willen ze verhuizen

Omdat een nieuw riool daar kommen mot

Een dure bungalow wordt daar gebouwd

Zo schendt men dit dierbaar stoff'lijk overschot, overschot


Wat nut heeft het nog om te zijn Godsdienstig

En denken: na je dood dan heb je ijver

De rijkdom denkt toch an geen dooie werkman

Dat denk allenig an z'n dure plee


Mijn overleden pa was nooit de kwaadste

Dat zal die blijven

Ook als men hem stoort in zijne laatste rust

Dus hoogstens onbewust roept hij uit het riool es een vies woord


Daar zal zo'n rijke stinkerd wel van schrikken

En peinzen hoe of dat nou heeft gekund

Maar ja, dat komt ervan

Als men een werkman na jaren zwoegen nog zijn rust niet gunt